Mechanisme

Elektrofysiologie van de hartspier: actiepotentiaal en ionkanalen

Het cardiale actiepotentiaal is het elektrische signaal dat hartspiercontractie aanstuurt en bepaalt hoe snel en hoe uniform het hart activeert. Kennis van de fasen van het actiepotentiaal en de betrokken ionkanalen is essentieel voor het begrijpen van de werking van antiaritmica en de pathofysiologie van ritmestoornissen.

Kernbegrippen

Rustmembraanpotentiaal
Membraanpotentiaal in rust (~-85 mV in ventrikelcellen), bepaald door hoge K⁺-permeabiliteit via IK1-kanalen.
Snelle depolarisatie (fase 0)
Snelle instroom van Na⁺ via Nav1.5-kanalen; verantwoordelijk voor de stijlheid van de actiepotentiaalupstroke en geleidingssnelheid.
Plateau (fase 2)
Langdurige depolarisatiefase door balans tussen Ca²⁺-instroom (ICaL) en K⁺-uitstroom; uniek voor hartspiercellen; koppelt elektrische activiteit aan contractie.
Refractaire periode
Periode na depolarisatie waarin een nieuwe prikkel geen actiepotentiaal kan opwekken; absolute refractairheid tijdens plateau; relatieve refractairheid bij fase 3.
Automaticiteit
Spontane diastolische depolarisatie door langzame Na⁺/Ca²⁺-instroom (grappige stroom If); normaal in sinusknoop en AV-knoop; verhoogd bij ischemie en catecholaminen.

Faseb van het cardiale actiepotentiaal en de klinische betekenis

Faseb van het actiepotentiaal

Het ventriculaire actiepotentiaal kent vijf fasen. Fase 0: snelle depolarisatie door massale Na⁺-instroom (INa); amplitude en snelheid bepalen de geleidingssnelheid in het myocard. Fase 1: snelle aanvankelijke repolarisatie door transient outward K⁺-stroom (Ito). Fase 2: plateau door balans ICaL en IKr/IKs; cruciaal voor ECC (excitation-contraction coupling). Fase 3: repolarisatie door toenemende K⁺-uitstroom (IKr, IKs, IK1). Fase 4: rust (ventrikel) of spontane depolarisatie (sinusknoop via If).

Sinusknoop versus ventrikel

Sinusknooppacemakeractiviteit berust op de grappige stroom If (HCN4-kanalen), T-type Ca²⁺-kanalen en L-type Ca²⁺-kanalen. De maximale diastolische potentiaal is minder negatief (-60 tot -70 mV), waardoor nav1.5-kanalen geïnactiveerd zijn en geleiding trager verloopt. AV-knooppuntcellen hebben soortgelijke eigenschappen.

Klinische betekenis

Refractairheid en re-entry

Disparate refractairheid (verschil in refractaire periode tussen aangrenzende myocardgebieden) is de voedingsbodem voor re-entry. Ischemie, litteken en ionkanaalziekten creëren deze heterogeniteit. Antiaritmica die refractairheid homogeniseren, onderdrukken re-entry.

Bronnen

  1. Cardiac action potential review — Grant, J Clin Invest 2009
  2. Ion channel pharmacology — Roden et al., Circulation 2002
  3. ESC 2022 Ventricular Arrhythmias and SCD Guidelines

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Ritmestoornissen