Aandoening

Plotse hartstilstand en plotse hartdood: oorzaken en preventie

Plotse hartstilstand (PHA) is een onverwachte circulatiestilstand door een ritmestoornis, doorgaans ventrikelfibrilleren of pulsloze ventriculaire tachycardie. Plotse hartdood treedt op wanneer reanimatie uitblijft of mislukt. In Nederland overlijden jaarlijks circa 16.000 mensen aan plotse hartdood, waarvan het merendeel buiten het ziekenhuis.

Kernbegrippen

Plotse hartstilstand (PHA)
Onverwachte abrupte stopzetting van de hartfunctie als gevolg van een elektrische ritmestoornis.
Plotse hartdood
Overlijden binnen één uur na het begin van symptomen door een cardiale oorzaak, zonder aanwijzingen voor een andere diagnose.
Overlevingsketen
Reeks interventies (herkenning, alarmering, CPR, defibrillatie, post-reanimatie) waarvan elke schakel de overlevingskans beïnvloedt.
AED (automatische externe defibrillator)
Draagbaar apparaat dat het hartritme analyseert en bij VF/pVT automatisch een elektrische schok adviseert.
Post-reanimatie syndroom
Systemische respons na geslaagde reanimatie met myocardiaal, cerebraal en systemisch ischemie-reperfusieletsel.

Oorzaken, risicostratificatie en preventie van plotse hartstilstand

Epidemiologie en oorzaken

Coronairlijden is verantwoordelijk voor 60-80% van de plotse hartdood, waarbij acuut MI en chronische ischemische cardiomyopathie de belangrijkste substraten vormen. Bij jongeren (<40 jaar) domineren structurele afwijkingen zoals hypertrofische cardiomyopathie (HCM), ARVC en ionkanaalziekten (Brugada, LQTS, CPVT). Bij 5-10% wordt geen structurele afwijking gevonden ('idiopathisch VF').

Risicofactoren

Diagnose en evaluatie na overleefd PHA

Na succesvolle reanimatie is uitgebreid onderzoek noodzakelijk: coronairangiografie (acuut bij STEMI, semi-electief bij overige patiënten), echocardiografie voor structureel hartlijden, 12-kanaals ECG, en genetische diagnostiek bij verdenking kanaaliopathie. MRI kan aanvullend litteken en inflammatie aantonen.

Behandeling en preventie

ICD-implantatie is de hoeksteen van secundaire preventie. Bij refractaire VT/VF kan katheterablatie de ICD-shockbelasting verminderen. Primaire preventie met ICD is geïndiceerd bij LVEF ≤35% ondanks optimale therapie (>3 maanden). Bètablokkers reduceren het risico op plotse hartdood bij alle patiënten met structureel hartlijden.

Bystander-CPR en AED

Vroege bystander-CPR verdubbelt de overlevingskans. AED-gebruik binnen 3-5 minuten geeft een overlevingskans van >50%. In Nederland zijn ruim 100.000 AED's geregistreerd; het HartslagNu-netwerk koppelt 112-meldingen aan burgerhulpverleners.

Bronnen

  1. ESC 2022 Ventricular Arrhythmias and SCD Guidelines
  2. ERC Reanimatie richtlijnen 2021
  3. SCD epidemiologie in Europa — Empana et al., Eur Heart J 2022

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Ritmestoornissen