Sinusknooppathologie: sick sinus syndroom
Sinusknooppathologie, ook wel sick sinus syndroom (SSS) of sinusknoopdisfunctie, omvat een spectrum van ritmestoornissen door verminderde automaticiteit of geleidingsuitval van de sinusknoop. Klachten variëren van moeheid en duizeligheid tot syncope. Pacemaker-implantatie is de definitieve behandeling bij symptomatische patiënten.
Kernbegrippen
- Sick sinus syndroom (SSS)
- Verzamelbegrip voor sinusbradycardie, sinusarrest, SA-blok en bradycardie-tachycardie-syndroom door intrinsieke sinusknoopdisfunctie.
- SA-blok
- Blokkering van geleiding van sinusknoop naar atriumspier; op ECG zichtbaar als pauzes die meervoud zijn van de PP-interval.
- Bradycardie-tachycardie-syndroom
- Afwisseling van bradycardie (sinusarrest) en tachycardie (atriumfibrilleren of atriale flutter); typisch voor SSS.
- Chronotrope incompetentie
- Onvermogen van de sinusknoop om de hartfrequentie adequaat te verhogen bij inspanning; leidt tot inspanningsintolerantie.
- Intrinsieke hartfrequentie
- Spontane sinusfrequentie na autonome denervatie (atropine + propranolol); normaal 118 - 0.57 × leeftijd; verlaagd bij SSS.
Oorzaken, diagnostiek en behandeling van sinusknooppathologie
Oorzaken
Degeneratieve fibrose van de sinusknoop door veroudering is de meest voorkomende oorzaak. Andere oorzaken zijn ischemie (RCA-occlusie bij RA-takje), infiltratieve aandoeningen (amyloïdose, sarcoidose), chirurgisch trauma (na congenitale hartchirurgie), myocarditis en medicijnen (bètablokkers, calciumantagonisten, digoxine, amiodaron).
ECG-patronen
- Sinusbradycardie: sinusritme <50-60/min; per se geen pathologie
- Sinusarrest: pauze zonder vaste relatie tot PP-interval; bij >3 s symptomatisch
- SA-blok graad 2: pauzes = meervoud PP-interval (type II) of geleidelijke PP-verkorting (type I/Wenckebach)
- Bradycardie-tachycardie: langdurige pauze na terminatie atriumfibrilleren
Diagnostiek
Langdurige ECG-monitoring (24-uur Holter, 7-daagse recorder, event recorder of implanteerbare looprecorder) is essentieel om symptomen aan ritmestoornissen te koppelen. Fietsergometrie evalueert chronotrope competentie. EFO (sinushersteltijd, SA-geleidingstijd) heeft beperkte sensitiviteit.
Behandeling
- Stop zo mogelijk veroorzakende medicatie
- Pacemaker bij symptomatische bradycardie (klasse I): DDD(R) geprefereerd om boezemtachyaritmieën te detecteren en minimale ventriculaire stimulatie te bevorderen
- Frequentie-responsieve pacemaker (R-modus) bij chronotrope incompetentie
- Anticoagulantia bij bradycardie-tachycardie-syndroom conform AF-richtlijn