Supraventriculaire tachycardie (SVT): AVNRT, AVRT en boezemtachycardie
Supraventriculaire tachycardieën (SVT) zijn ritmestoornissen met een oorsprong boven de ventrikels. De meest voorkomende vormen zijn AV-nodale re-entrytachycardie (AVNRT), AV-re-entrytachycardie via een accessoire bundel (AVRT) en boezemtachycardie (AT). SVT geeft veelal palpitaties, licht in het hoofd of presyncope maar zelden hemodynamische instabiliteit.
Kernbegrippen
- AVNRT
- AV-nodale re-entrytachycardie: meest voorkomende SVT (~60%); kringloop in of nabij de AV-knoop; ECG: smal QRS-complex, P-golf verborgen in of net na QRS ('pseudo-R' in V1).
- AVRT
- AV-re-entrytachycardie via accessoire bundel (WPW): kringloop AV-knoop + accessoire bundel; orthodroomAVRT smal complex; antidroom AVRT breed complex; risico op VF bij AF + WPW.
- Adenosine
- Kortwerkende AV-blokkade (6-12 mg IV bolus); terminatie van AVNRT en AVRT vrijwel altijd effectief; niet effectief bij AT, AFL, VT; geen effect bij WPW via accessoire bundel met anterograad geleidende bundel.
- Vagale manoeuvres
- Carotismassage of Valsalva-manoeuvre verhogen vagale tonus en vertragen AV-geleiding; effectief bij AVNRT/AVRT in 20-30%; modified Valsalva (ruglig + beenheffing) verhoogt effectiviteit.
Supraventriculaire tachycardie: AVNRT, AVRT en boezemtachycardie
Klinische presentatie
SVT treedt op in aanvallen: plotseling startende en stoppende palpitaties, hartkloppingen 'in de keel', kortademigheid, licht in het hoofd. Duur: seconden tot uren. Syncopé bij SVT is zeldzaam maar kan optreden bij AVRT met WPW bij AF (risico op VF). Jongere patiënten zijn het vaakst aangedaan. Geen structureel hartlijden in de meeste gevallen.
ECG-diagnose
Regulaire smalcomplex tachycardie (QRS <120 ms): AVNRT of orthodrome AVRT. Onregelmatig smalkomplextachycardie: AF. Regelmatige breedcomplex tachycardie: antidrome AVRT of VT. P-golven: bij AVNRT: in of vlak na QRS (RP-interval <70 ms); bij AVRT: achter QRS maar vóór de volgende (RP-interval >70 ms maar korter dan PR-interval). Bij AT: P voor QRS met afwijkende P-morfologie.
Acute terminering
Stap 1: vagale manoeuvres (modified Valsalva eerste keuze: 40 mmHg druk 15s in rechtopzittende houding, daarna ruglig met beenheffing 45s). Stap 2: adenosine 6 mg IV snelle bolus; herhaal met 12 mg als nodig; continue ECG-bewaking. Stap 3: bij persistentie — verapamil 5 mg IV langzaam of elektrische cardioversie.
Langetermijnbehandeling
Katheterablatie is de curatieve behandeling voor AVNRT (succespercentage 95-98%) en AVRT (>95%). Medicamenteuze behandeling (flecaïnide, propafenon, bètablokkde, verapamil) is een alternatief bij patiënten die ablatie afwijzen of bij zeldzame episoden. WPW met symptomatische AVRT of AF: ablatie van accessoire bundel sterk aanbevolen vanwege VF-risico bij AF.