Aandoening

Ventrikelfibrilleren: reanimatie en preventie

Ventrikelfibrilleren (VF) is een chaotische, ongecoördineerde elektrische activiteit van de ventrikels waardoor effectieve hartcontractie stopt. Zonder directe interventie leidt VF binnen minuten tot irreversibele hersenschade en dood. Snelle herkenning, reanimatie en elektrische defibrillatie zijn de pijlers van behandeling.

Kernbegrippen

Ventrikelfibrilleren (VF)
Chaotische elektrische activiteit van de ventrikels zonder effectieve mechanische contractie, leidend tot circulatiestilstand.
Defibrillatie
Toediening van een elektrische schok om alle hartspiercellen gelijktijdig te depolariseren en normaal sinusritme te herstellen.
VF-drempel
De minimale energie of prikkel die nodig is om VF te induceren; verlaagd bij ischemie, elektrolytstoornissen en sommige medicijnen.
Kamerfladderen
Regulaire ventriculaire activiteit >250/min met sinusvormig ECG-patroon; functioneel vergelijkbaar met VF.
ICD (implanteerbare cardioverter-defibrillator)
Apparaat dat VF automatisch detecteert en een therapeutische schok geeft om het ritme te herstellen.

Pathofysiologie, behandeling en preventie van ventrikelfibrilleren

Pathofysiologie

VF ontstaat door meerdere gelijktijdig circulerende re-entrycircuits in het ventrikelspierweefsel. De meest voorkomende oorzaak is acuut myocardinfarct, waarbij ischemisch weefsel aangrenzende gebieden met wisselende refractairheid creëert. Andere oorzaken zijn hypertrofische cardiomyopathie, gedilateerde cardiomyopathie, kanaaliopathieën (Brugada, LQTS), elektrolytstoornissen (hypokaliëmie, hypomagnesiëmie) en intoxicaties.

Klinische presentatie

VF uit zich als plotse bewusteloosheid zonder palpabele pols. Op het ECG zijn er irregulaire, chaotische golfvormen zonder herkenbare QRS-complexen. De amplitude neemt snel af bij onbehandeld VF (coarse VF → fine VF → asystolie).

Acute behandeling

Preventie en secundaire preventie

Na overleefd VF buiten acuut MI-kader is ICD-implantatie geïndiceerd (klasse I aanbeveling ESC). Bij ischemische cardiomyopathie met LVEF ≤35% biedt ICD primaire profylaxe. Optimale medicamenteuze therapie (bètablokkers, anti-ischemische behandeling) en correctie van precipiterende factoren zijn aanvullend essentieel.

Prognose

De uitkomst na VF hangt sterk af van de tijd tot defibrillatie en kwaliteit van CPR. Bij VF in ziekenhuisomgeving is de overleving tot ontslag circa 40-50%; buiten het ziekenhuis slechts 8-10% zonder adequate bystander-CPR, oplopend tot 30-40% bij vroege bystander-CPR en AED-gebruik.

Bronnen

  1. ESC 2022 Ventricular Arrhythmias and SCD Guidelines
  2. ERC Reanimatie richtlijnen 2021
  3. MADIT-II Trial — Moss et al., NEJM 2002

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Ritmestoornissen