Aandoening

Chronisch trombo-embolische pulmonale hypertensie (CTEPH)

Chronisch trombo-embolische pulmonale hypertensie (CTEPH) ontstaat bij 3-4% van overlevenden van longembolie door incomplete resolutie van trombotisch materiaal met fibrotische obliteratie van pulmonaalvaten en secundaire vasculopathie. Vroege herkenning is cruciaal omdat pulmonale endarteriëctomie (PEA) curatief kan zijn.

Kernbegrippen

PEA (pulmonale endarteriëctomie)
Chirurgische verwijdering van chronisch georganiseerd trombo-embolisch materiaal via midsternotomie en diepe hypothermische circulatiestilstand; curatief bij operabele CTEPH.
Riociguat
Solubeleguanylaat-cyclasestimulator; vergroot NO-signaalroute; eerste specifieke medicamenteuze behandeling voor inoperabele CTEPH (CHEST-1 trial).
BPA (ballonpulmonale angioplastiek)
Minimalinvasieve kathetertechniek voor gesegmenteerde pulmonaalarterie-rekanalisatie bij inoperabele CTEPH; combineerbaar met riociguat.
V/Q-scintigrafie
Ventilatie-perfusiescan: screeningstest van keuze bij verdenking CTEPH; karakteristiek perfusiedefect met normaal/niet-overeenkomend ventilatie; sensitiviteit >96%.
CTEPH-diagnose
mPAP >20 mmHg bij RHC, PAWP ≤15 mmHg, na ≥3 maanden effectieve anticoagulatie, in aanwezigheid van chronisch trombo-embolisch obstructief materiaal op V/Q, CTA of DSA.

CTEPH: diagnose en behandeling

Epidemiologie en pathofysiologie

CTEPH treedt op bij 0,5-3,8% van LE-overlevenden; incidentie in Nederland ~6 per miljoen per jaar. Georganiseerd trombo-embolisch materiaal fibrotiseert in de pulmonaalarteriën, verhoogt de pulmonaalvasculaire weerstand en leidt tot progressieve rechterhartbelasting. Secundaire kleine-vaatvasculopathie (gelijkend op PAH) versterkt de hemonamische belasting verder.

Diagnose

Screen alle patiënten met persisterende dyspnoe na LE na 3-6 maanden anticoagulatie: echocardiografie. Bij verhoogde schatting van PA-druk of RV-belasting: V/Q-scan als volgende stap (superieur aan CTPA voor identificatie chronische obstructie). Multidetector CTPA: geeft anatomisch beeld maar kan kleine CTEPH missen. Diagnostische definitieve bevestiging: RHC + DSA voor chirurgische planningsbeoordeling.

Operabele vs. inoperabele CTEPH

Operabiliteit wordt bepaald door: locatie van obstructie (proximale segmenten: operabel; kleinste arteriolen: inoperabel), pulmonaalvasculaire weerstand (>10 WU: verhoogd chirurgisch risico), comorbiditeit en conditie patiënt. CTEPH-expert centrum evaluatie (chirurg, pulmonoloog, interventie-cardioloog): gedeeld besluit.

Behandeling

Bronnen

  1. ESC/ERS 2022 Pulmonale Hypertensie Guidelines — EHJ
  2. CHEST-1 Trial (riociguat bij CTEPH) — NEJM 2013
  3. ESC 2019 Pulmonary Embolism Guidelines (CTEPH na LE) — EHJ
  4. Farmacotherapeutisch Kompas — Riociguat

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Vasculair