Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over Bètablokkers: farmacologie, selectiviteit en klinische keus?

Bètablokkers zijn een heterogene geneesmiddelenklasse met gedeeld werkingsmechanisme maar aanzienlijke farmacologische verschillen. Cardioselectiviteit, lipofiliciteit, intrinsieke sympathomimetische activiteit (ISA) en aanvullende alfa-1-blokkade (carvedilol) bepalen de klinische keuze voor hartfalen, hypertensie, tachyaritmieën en angina.

Kernbegrippen:

  • Cardioselectiviteit: Voorkeur voor β1-receptoren boven β2-receptoren; relatief (niet absoluut); bisoprolol en metoprolol zijn cardioselectief; atenolol ook; carvedilol en propranolol zijn niet-selectief.
  • Intrinsieke sympathomimetische activiteit (ISA): Gedeeltelijke agonistische activiteit op bètareceptoren; bètablokkers met ISA (pindolol, acebutolol) geven minder hartfrequentiedaling in rust; geen indicatie bij hartfalen.
  • Carvedilol: Niet-selectieve bètablokker met aanvullende alfa-1-blokkade; vasodilatatie; bewezen mortaliteitsreductie bij HFrEF (COPERNICUS-trial); voorkeur bij gelijktijdige hypertensie of angina.
  • Bisoprolol: Hoog-cardioselectieve bètablokker (β1/β2 ratio ~75:1); renaal + hepatisch geklaard; bewezen mortaliteitsreductie bij HFrEF (CIBIS-II-trial); voorkeur bij COPD-comorbiditeit.
  • Metoprolol succinaat (CR/XL): Cardioselectief; langwerkende formule geprefereerd boven tartrate bij HFrEF; MERIT-HF-trial: 34% mortaliteitsreductie; metabolisme CYP2D6 (polymorfisme-gevoelig).

Nieuwste evidence op HartVaat:

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.