Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over Digoxine bij hartfalen: huidige rol en indicaties?

Digoxine, een cardiaalglycoside, was decennia lang een hoeksteen van de hartfalenbehandeling. Na de introductie van betere geneesmiddelen is de rol drastisch beperkt. De DIG-studie (1997) toonde dat digoxine hartfalenopnames reduceert maar geen mortaliteitsvoordeel geeft. De smalle therapeutische breedte en interacties maken zorgvuldige dosering essentieel.

Kernbegrippen:

  • Cardiaalsglycoside: Digoxine remt de Na/K-ATPase pomp, verhoogt intracellulaire Ca²+ en verbetert zo de contractiliteit; heeft ook vagale (negatief chronotroop) effecten.
  • DIG-studie (1997): RCT digoxine vs. placebo bij HFrEF in sinusritme: significante reductie in hartfalenopnames, geen mortaliteitsvoordeel; onderdosering achteraf erkend als beperkend.
  • Therapeutische range: Streefserumconcentratie digoxine: 0,5–0,9 ng/mL. Hogere spiegels (>1,2 ng/mL) geassocieerd met verhoogde mortaliteit in post-hoc analyses.
  • Digitalisintoxicatie: Misselijkheid, braken, bradycardie, AV-blok, visuele stoornissen; optreden bij te hoge spiegel of hypokaliëmie; behandeling: digoxinefab-antidotum bij ernstige intoxicatie.
  • Vagaal effect: Digoxine activeert het parasympathisch zenuwstelsel: verlaagt hartfrequentie en verlengt AV-geleiding; reden voor gebruik bij AF + HFrEF als frequentiecontrolemiddel.

Nieuwste evidence op HartVaat:

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.