Vragen
Wat moet een zorgprofessional weten over Geneesmiddelinteracties in de cardiologie: de meest relevante?
Cardiologische patiënten gebruiken gemiddeld 5-8 geneesmiddelen, waardoor interacties frequent zijn. Klinisch relevante interacties betreffen de cytochroom P450-enzymen (met name CYP3A4 en CYP2C9), P-glycoproteïne-transport, QT-verlenging, kaliumbalans en bloedingscascade. Kennis van de meest impactvolle combinaties voorkomt ernstige complicaties.
Kernbegrippen:
- CYP3A4-remmer: Geneesmiddel dat CYP3A4 inhiberit en daarmee de afbraak van co-substraten vertraagt: amiodaron, claritromycine, ketoconazol, diltiazem, verapamil.
- CYP2C9-substraat: Geneesmiddelen gemetaboliseerd via CYP2C9: warfarine, fenytoïne, sulfonylureumderivaten; gevoelig voor remming door amiodaron en fluconazol.
- QT-verlenging combinatie: Twee of meer QT-verlengers tegelijk verhogen het risico op torsades de pointes exponentieel (sotalol + macrolide, antipsychoticum + klasse III antiaritmicum).
- Hyperkaliëmie-risico: ACE-remmer + ARB + MRA + NSAID + SGLT2-remmer: elke combinatie verhoogt kaliumretentie — monitor bij kwetsbare patiënten.
- P-glycoproteïne (P-gp): Effluxpomp die DOAC-transport (dabigatran) en digoxine beïnvloedt; remmers (amiodaron, verapamil) verhogen DOAC-spiegel.
Nieuwste evidence op HartVaat:
Bronnen
- Kennispagina
- Farmacotherapeutisch Kompas — geneesmiddelinteracties
- ESC 2021 HF Guidelines — interacties bij polyfarmacie
- Wiggins BS et al. — Cardiovasculaire geneesmiddelinteracties (JACC 2016)
Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.