Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over Galectine-3 en ST2 bij hartfalen: prognostische waarde?

Galectine-3 en soluble ST2 (sST2) zijn biomarkers die myocardiale fibrose en inflammatie weerspiegelen bij hartfalen. Ze bieden aanvullende prognostische informatie naast BNP/NT-proBNP en zijn opgenomen in de ACC/AHA-richtlijnen als klasse IIb-marker. Hun klinische toepassing in de Nederlandse cardiologiepraktijk is nog beperkt maar groeiend.

Kernbegrippen:

  • Galectine-3: Bèta-galactoside-bindend lectine afgegeven door geactiveerde macrofagen; stimuleert cardiale fibroblasten → fibrosedepositie; verhoogd bij hartstoringen met progressieve fibrose; cutoff >17,8 ng/ml = verhoogd risico.
  • Soluble ST2 (sST2): Oplosbaar lokvorm van de IL-33-receptor; concurreert met membranebonden ST2 voor IL-33-binding; hoog sST2 blokkeert cardioprotectief IL-33-signaal → myocardiale fibrose en hypertrofie; cutoff >35 ng/ml = verhoogd.
  • IL-33/ST2-signaalweg: IL-33 bindt membranebonden ST2 → cardioprotectief (anti-fibrotisch, anti-apoptotisch); sST2 als lokvorm slokt IL-33 op → verminderd beschermend signaal.
  • Multi-marker strategie: Combinatie van BNP/NT-proBNP + galectine-3 of ST2 geeft betere prognostische risicoklassificatie dan elk afzonderlijk; relevant voor identificatie van hoog-risico HF-patiënten voor intensievere follow-up.
  • Variabiliteit galectine-3: Galectine-3 is minder variabel dan BNP bij acuut hartfalen-decompensaties; minder gevoelig voor vochtbelasting; meer reflecterend van structurele fibrose dan hemodynamische toestand.

Nieuwste evidence op HartVaat:

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.