Vragen
Laboratoriumonderzoek bij hypertensie: wat is nodig?
Bij nieuwe diagnose hypertensie is gestructureerd laboratoriumonderzoek noodzakelijk om secundaire oorzaken op te sporen, cardiovasculair risico te kwantificeren en basale orgaanfunctie vast te leggen. De ESC 2024 richtlijn specificeert een minimale screeningsset en uitgebreid onderzoek bij klinische verdenking op secundaire hypertensie.
Kernbegrippen:
- Aldosteron/renine-ratio (ARR): Screeningstest voor primair hyperaldosteronisme; verhoogd bij aldosteron-overproductie met suppressed renine.
- Creatinine/eGFR: Maat voor nierfunctie; stijging van creatinine of daling van eGFR bij RAAS-blokkade kan op renovasculaire hypertensie wijzen.
- Metanefrines in urine of plasma: Screeningstest voor feochromocytoom; 24-uurs urine of plasma vrije metanefrines.
- TSH: Schildklierfunctie; zowel hypo- als hyperthyreoïdie kunnen bloeddruk beïnvloeden.
- Urinezuur: Verhoogd urinezuur is geassocieerd met hypertensie en metabool syndroom; relevant voor keuze antihypertensivum (thiaziden verhogen urinezuur).
Nieuwste evidence op HartVaat:
- 2026-08-14: Draagbare sensoren voor comorbiditeit OSA en hypertensie: huidige stand van zaken en beperkingen
- 2026-05-01: Large language models in de hypertensiezorg: kansen en grenzen
- 2017-02-01: Urinezuurverlagende middelen en endotheelfunctie: gerandomiseerde trial
Bronnen
Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.