Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over Lipidenmedicatie bij chronische nierziekte?

Patiënten met CKD hebben een sterk verhoogd cardiovasculair risico, mede door dyslipidemie (hoog TG, laag HDL, verhoogd LDL). Statinetherapie is geïndiceerd bij CKD G1–G3; bij dialysepatiënten toonde SHARP-trial dat simvastatine + ezetimib atherosclerotische events reduceerde maar geen mortaliteitsvoordeel gaf. Doseringsaanpassing is bij verscheidene statines bij eGFR <30 nodig.

Kernbegrippen:

  • SHARP-trial: RCT bij CKD: simvastatine 20 mg + ezetimib 10 mg vs. placebo; 17% reductie atherosclerotische events; geen mortaliteitsvoordeel bij dialyse.
  • 4D-trial: RCT bij hemodialysepatiënten met diabetes: atorvastatine vs. placebo; geen reductie primaire eindpunt; mogelijk verhoogd beroerterisico.
  • Dosering bij nierfalen: Rosuvastatine: max 10 mg/dag bij eGFR <30; simvastatine: geen aanpassing; atorvastatine: geen formele aanpassing maar voorzichtigheid.
  • Proteïnurie en LDL: Nefrotisch syndroom verhoogt LDL sterk (verminderde clearance); behandeling gericht op nefrotisch syndroom zelf en statin.
  • Statin bij niertransplantatie: Interacties met calcineurineremmers (ciclosporine verhoogt statinespiegels via CYP3A4/OATP1B1); lagere startdoseringen aanbevolen.

Nieuwste evidence op HartVaat:

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.