Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over Mineralocorticoïdreceptorantagonisten: spironolacton vs. eplerenon vs. finerenon?

Mineralocorticoïdreceptorantagonisten (MRA's) blokkeren de aldosteronreceptor, verminderen natriumretentie en fibrose, en verlagen kaliumverlies. Spironolacton, eplerenon en finerenon verschillen in selectiviteit, bijwerkingsprofiel en klinische indicaties. Bij HFrEF verlagen alle drie de mortaliteit; finerenon is bewezen effectief bij DM type 2 met CKD.

Kernbegrippen:

  • Spironolacton: Klassiek steroïdaal MRA; niet-selectief (ook progestagene en androgene activiteit); 25-50 mg bij HFrEF (RALES-trial: 30% mortaliteitsreductie); bijwerkingen: gynaecomastie/mastodynie bij mannen (7-10%).
  • Eplerenon: Selectief steroïdaal MRA (geen hormonale bijwerkingen); EMPHASIS-HF: 37% RRR CV-mortaliteit+HF-hospitalisatie bij HFrEF NYHA II; EPHESUS: post-MI met HF; tweemaal daagse dosering.
  • Finerenon (Kerendia): Niet-steroïdaal MRA; hoge selectiviteit; FIDELIO-DKD + FIGARO-DKD: bij DM type 2 + CKD: 18% RRR MACE + 23% RRR nierprogessie; toegelaten voor DM/CKD-indicatie.
  • Hyperkaliëmie-risico MRA: Klasse-bijwerking door K⁺-sparend effect; risico verhoogd bij CKD, DM, gelijktijdig ACE-remmer/ARB; controleer K⁺ na 1 week en periodiek; staken bij K⁺ >6 mmol/L.
  • Anti-fibrotisch effect: Aldosteron stimuleert cardiale en renale fibrose via MR-activering; MRA-blokkade remt collagendepositie; mechanisme voor additioneel voordeel boven volumeeffect.

Nieuwste evidence op HartVaat:

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.