Vragen
Wat moet een zorgprofessional weten over Mineralocorticoïdreceptorantagonisten: spironolacton en eplerenon?
Mineralocorticoïdreceptorantagonisten (MRA) — spironolacton en eplerenon — zijn de derde pijler van de HFrEF-quadruple therapie. Ze blokkeren de aldosteronreceptor in het myocard en de nier, waardoor myocardiale fibrose en Na-retentie worden tegengegaan. RALES (1999) en EMPHASIS-HF (2011) bewezen hun mortaliteitsreductie bij HFrEF.
Kernbegrippen:
- MRA: Mineralocorticoïdreceptorantagonist: blokkeert aldosteronreceptor; vermindert myocardiale fibrose, Na-retentie en K-uitscheiding.
- Spironolacton: Niet-selectieve MRA; ook anti-androgene werking (gynaecomastie, menstruatiestoornissen als bijwerking); bewezen in RALES.
- Eplerenon: Selectieve MRA zonder anti-androgene effecten; minder bijwerkingen dan spironolacton; bewezen in EMPHASIS-HF en EPHESUS.
- RALES (1999): RCT spironolacton 25 mg vs. placebo bij ernstig HFrEF (EF ≤35%, NYHA III–IV): 30% mortaliteitsreductie; vroegtijdig gestopt.
- EMPHASIS-HF (2011): RCT eplerenon vs. placebo bij milde HFrEF (EF ≤35%, NYHA II): significant lagere CV-sterfte en hartfalenopname; studie gestopt.
Nieuwste evidence op HartVaat:
Bronnen
- Kennispagina
- RALES — NEJM 1999
- EMPHASIS-HF — NEJM 2011
- ESC 2021 Guidelines for Heart Failure
- Farmacotherapeutisch Kompas — Spironolacton
Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.