Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over Trombocytenaggregatieremmers: aspirine, P2Y12-remmers en GP IIb/IIIa?

Plaatjesactivatie speelt een centrale rol bij arteriële trombose. Trombocytenaggregatieremmers blokkeren verschillende stappen in de activatiecascade: aspirine remt TXA2-synthese, P2Y12-remmers blokkeren ADP-gemedieerde activatie en GP IIb/IIIa-antagonisten verhinderen de definitieve kruisverbinding via fibrinogeen. Combinatietherapie (DAPT) wordt standaard na coronaire stentplaatsing.

Kernbegrippen:

  • COX-1-remming: Irreversibele acetylering van cyclo-oxygenase-1 door aspirine remt TXA2-synthese voor de levensduur van de trombo­cyt (7-10 dagen).
  • P2Y12-receptor: ADP-receptor op trombocyten; activatie leidt tot versterkte aggregatie; doelwit van clopidogrel, ticagrelor en prasugrel.
  • DAPT: Dual antiplatelet therapy: combinatie aspirine + P2Y12-remmer na coronaire stent of ACS; duur afhankelijk van klinische situatie.
  • GP IIb/IIIa-antagonist: Abciximab, eptifibatide, tirofiban; blokkeren de finale gemeenschappelijke pathway van aggregatie; IV gebruik bij PCI met hoog risico.
  • CYP2C19-polymorfisme: Genetische variatie die clopidogrelactivering bepaalt; poor metabolizers hebben verminderd effect; relevant voor stenttromboserisico.

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.