Algemeen

Verminderde pompfunctie na een hartinfarct: hoge symptoomlast en slechtere secundaire preventie (SWEDEHEART)

Actuele gegevens over patiënten met linkerventrikeldisfunctie na een hartinfarct (MI) zijn schaars. In dit landelijke Zweedse onderzoek (49.564 patiënten uit het SWEDEHEART-register, eerste MI, 2011-2018, zonder eerder hartfalen) werden patiënten ingedeeld naar de mate van linkerventrikeldisfunctie.

Vergeleken met een normale ejectiefractie (≥50%) hadden patiënten met een sterk verminderde EF (<30%) veel vaker kortademigheid (32,3% vs. 5,6%; OR 7,45), waren zij vaker heropgenomen (48,1% vs. 31,2%) en vaker ziek gemeld (26,6% vs.

9,5%); pijn op de borst en kwaliteit van leven verschilden niet. Patiënten met een EF <30% namen minder vaak deel aan een educatieprogramma, fysiotherapie en regelmatige lichaamsbeweging. Een verminderde pompfunctie na een infarct gaat dus gepaard met een hoge symptoomlast én een slechtere benutting van secundaire preventie — een belangrijk aandachtspunt in de nazorg.

Abstract (original)

<sec><st>Background</st> <p>There is a lack of contemporary data describing patients with left ventricular (LV) systolic dysfunction post myocardial infarction (MI) in terms of symptom burden and secondary prevention measures. The aim of this study was to describe patients with various degrees of LV systolic dysfunction after a first MI, their symptom burden, quality of life and adherence to recommended secondary prevention measures in a nationwide patient material.</p> </sec> <sec><st>Methods</st> <p>Patients (n=49 564) registered in the Swedish Web-System for Enhancement and Development of Evidence-Based Care in Heart Disease registry between 2011 and 2018, diagnosed with a first acute MI, discharged alive and with no previous heart failure, were stratified by degree of LV systolic dysfunction.</p> </sec> <sec><st>Results</st> <p>Compared with patients with normal ejection fraction (EF&ge;50%), patients with a reduced EF (&lt;30%) more often experienced shortness of breath (32.3% vs 5.6%, adjusted OR (95% CI): 7.45 (6.22 to 8.92)), had more often been readmitted (48.1% vs 31.2%, 1.87 (1.61 to 2.19)) and were more often on sick leave (26.6% vs 9.5%, 3.35 (2.45 to 4.58)), whereas there were no significant differences regarding chest pain and quality of life at the follow-up visit after 11&ndash;13 months. Patients with EF &lt;30% had participated in education programme (44.9% vs 55.5%, 0.70 (0.60 to 0.81)) and physical therapy (11.3% vs 14.9%, 0.68 (0.58 to 0.79)) and have been physically active at least 30 min per day for at least 5 days per week (35.5% vs 40.2%, 0.86 (0.73 to 1.01)) to a lesser extent.</p> </sec> <sec><st>Conclusion</st> <p>Contemporary representative data show that LV systolic dysfunction after MI is associated with a very high symptom burden and worse secondary prevention after 11&ndash;13 months.</p> </sec>

Dit artikel is een samenvatting van een publicatie in Open Heart. Voor het volledige artikel, alle details en referenties verwijzen wij u naar de oorspronkelijke bron.

Lees het volledige artikel

DOI: info:doi/10.1136/openhrt-2025-003506

Lid worden van HartVaat.nl?

Gratis — en we stemmen het nieuws en de literatuur af op uw vakgebied.

Maak een gratis account