ASPIRED: twee weken plak-ECG direct vanaf de SEH verdubbelt de ritmediagnoses bij onverklaarde wegrakingen, maar voorkomt de wegrakingen zelf niet
München, maandag 31 augustus. De slotdag opende met een diagnostische trial uit de Britse spoedzorg. Matthew Reed (Usher Institute, Edinburgh) presenteerde ASPIRED in Hot Line 10, gelijktijdig gepubliceerd in de New England Journal of Medicine: geef de patiënt met een onverklaarde wegraking niet een verwijzing, maar meteen op de SEH een plak-ECG voor twee weken mee.
De studie
Open-label, gerandomiseerd 1:1 in 45 Britse ziekenhuizen: 2.233 patiënten met een acute onverklaarde wegraking (gemiddeld 58,3 jaar, 48 procent vrouw). Interventie: direct een 14-daagse draadloze, waterbestendige ECG-pleister (BodyGuardian Mini) mee vanaf de SEH; controle: gebruikelijke zorg met de gangbare monitoringroutes. Primair eindpunt: het gemiddelde aantal zelfgerapporteerde wegrakingen na een jaar.
De uitkomsten
- Wegrakingen na een jaar: 1,37 tegen 1,58, geen verschil (p=0,43)
- Ritmestoornis gevonden: 22 tegen 9 procent, ruim een verdubbeling
- Mediane tijd tot diagnose: 22 tegen 55 dagen
- Pacemakerimplantaties: 6,8 tegen 4,6 procent; antiaritmische therapie 10,8 tegen 7,3 procent
- Sterfte door alle oorzaken: 1,5 tegen 2,9 procent
- Reed: vroege monitoring hoort te worden overwogen als onderdeel van de routinezorg op de SEH bij onverklaarde wegrakingen
Wat dit betekent
Het primaire eindpunt is gemist en dat is geen verrassing: een monitor voorkomt geen wegrakingen, hij verklaart ze. De secundaire uitkomsten zijn waar de klinische waarde zit: twee keer zoveel diagnoses, een maand eerder, met meer gerichte behandeling. Het sterftesignaal (1,5 tegen 2,9 procent) is opvallend en hypothesevormend; bij een open-label trial met dit eindpunt als secundair hoort terughoudendheid, maar het wijst dezelfde kant op als de rest. De les rijmt met PRESC1SE-MI van zaterdag: het eindpunt van een diagnostische interventie moet zijn wat diagnostiek kan leveren.
Voor de Nederlandse praktijk
Voor de SEH en de cardioloog: de Nederlandse route na onverklaarde syncope loopt vaak via de polikliniek en een Holter van 24 tot 48 uur, weken later; ASPIRED laat zien dat direct meegeven van een 14-daagse pleister de opbrengst verdubbelt en de doorlooptijd van bijna twee maanden naar drie weken brengt. Voor de huisarts: de patiënt die na een wegraking met een leeg Holterverslag terugkomt, is precies de patiënt voor langere monitoring; vraag ernaar bij de verwijzing. De ESC-syncopericthlijn positioneert de implanteerbare looprecorder al vroeg; de pleister vult het gat daarvóór.
Lees ook
- Antihypertensivaklasse en vallen, syncope en orthostatische hypotensie bij ouderen
- Letselrisico bij vasovagale syncope: systematische review en meta-analyse
- Natuurlijk beloop van subklinisch AF gedetecteerd door implanteerbare looprecorders
- EHJ-review: wearables in de cardiovasculaire praktijk
- PRESC1SE-MI: het ESC 0/1-uur troponine-algoritme
- Alle ESC 2026-berichten op onze congrespagina
Lid worden van HartVaat.nl?
Gratis — en we stemmen het nieuws en de literatuur af op uw vakgebied.


