Obesitas en cardiovasculaire ziekten: mechanismen en risico
Obesitas is een zelfstandige cardiovasculaire risicofactor. Naast de bekende cardiometabole risicofactoren (hypertensie, T2D, dyslipidemie) heeft overgewicht directe hemodynamische effecten op het hart: toegenomen bloedvolume, verhoogde preload en verhoogde sympathicustonus verhogen het risico op hartfalen, AF en plotse hartdood.
Kernbegrippen
- BMI-classificatie
- Normaal: 18,5-24,9 kg/m²; overgewicht: 25-29,9 kg/m²; obesitas I: 30-34,9; II: 35-39,9; III (morbide): ≥40 kg/m².
- Obesitasparadox
- Paradox waarbij BMI 25-30 bij patiënten met bestaande HVZ of HF gepaard gaat met betere prognose dan normaal gewicht; verklaard door voedingsreserve en spieropbouw.
- Centrale obesitas
- Buikomvang als marker voor visceraal vet: risico-drempel ≥94 cm (man), ≥80 cm (vrouw); sterkere cardiovasculaire voorspeller dan BMI alleen.
- Atriumfibrilleren en obesitas
- Elke 5 kg/m² BMI-stijging: 29% verhoogd AF-risico; obesitas veroorzaakt LA-dilatatie, fibrose, verhoogde vagustone; gewichtsreductie kan AF-remodellering gedeeltelijk omdraaien.
- Slaapapneu bij obesitas
- Obstructief slaapapneu bij 40-70% van morbide obese patiënten; intermitterende hypoxie versterkt cardiovasculaire schade; CPAP vermindert sommige CV-risicofactoren.
Obesitas en cardiovasculaire ziekten
Hemodynamische effecten op het hart
Bij obesitas neemt het circulerend bloedvolume toe proportioneel aan de vetopmassa. Dit verhoogt de preload en het hartminuutvolume (cardiac output). Op termijn leidt dit tot LV-hypertrofie, LV-dilatatie en diastolische disfunctie. Verhoogde sympathicusactiviteit (door apneu-reacties, adipokinen, leptine) draagt bij aan hypertensie en verhoogd hartritme. Ectopisch vet (epicardiaal, perivasculair) heeft pro-inflammatoire en aritmogene eigenschappen.
Risicostijging per aandoening
- Hartfalen: elke 5 kg/m² BMI-stijging: 29-39% verhoogd hartfalenrisico; HFpEF in het bijzonder geassocieerd met obesitas en diastolische disfunctie
- Boezemfibrilleren: 29% per 5 kg/m² BMI; LA-vergoring door vetdepositie en verhoogde vuldruk
- Coronaire ziekte: 27% hoger risico per klasse II obesitas t.o.v. normaal gewicht
- Plotse hartdood: 2× verhoogd risico bij morbide obesitas, gedeeltelijk door QT-verlenging en ventriculaire hypertrofie
Centrale obesitas vs. BMI
Visceraal vet (gemeten via buikomvang of waist-hip ratio) is een betere cardiovasculaire predictor dan BMI. Visceraal vet secreert pro-inflammatoire adipokinen (resistin, IL-6, TNF-α) en verlaagt adiponectine; dit bevordert insulineresistentie, dyslipidaemie en endotheeldisfunctie. Patiënten met 'normaal' BMI maar hoge buikomvang (dun-vet syndroom) hebben hoog cardiovasculair risico.
Gewichtsreductie en cardiovasculaire uitkomsten
Look AHEAD-trial: intensieve leefstijlinterventie bij T2D + overgewicht reduceerde gewicht 6-8% maar niet MACE (HR 1,00 na 9,6 jaar follow-up). Semaglutide (SELECT, 2023): gewichtsreductie + 20% MACE-reductie bij obesitas zonder diabetes. Dit suggereert dat medicamenteus gewichtsverlies gunstiger is dan leefstijlgericht alleen voor cardiovasculaire uitkomsten.