Calciumantagonisten bij hypertensie: amlodipine e.a.
Calciumantagonisten (CA) blokkeren L-type calciumkanalen in vasculaire gladde spiercellen en cardiomyocyten. Dihydropyridinen (amlodipine, nifedipine) werken voornamelijk vasodilatoir; non-dihydropyridinen (verapamil, diltiazem) hebben ook negatief chronotrope en inotrope effecten. Amlodipine is door zijn lange halfwaardetijd en bewezen mortaliteitsdata het meest gebruikte middel.
Kernbegrippen
- Dihydropyridinen (DHP)
- Klasse calciumantagonisten (amlodipine, nifedipine, felodipine) met overwegend vasculaire werking; weinig cardiaal negatief inotroop effect.
- Non-dihydropyridinen
- Verapamil en diltiazem; remmen ook de sinusknoop en AV-knoop; gecontra-indiceerd bij hartfalen en combinatie met bètablokker.
- ALLHAT-trial
- Grote RCT (n=33.357) die amlodipine vergeleek met chloortalidoon en lisinopril; amlodipine equivalent voor primaire eindpunten.
- Enkel-oedeem
- Meest frequente bijwerking van dihydropyridinen (20–30%); niet geassocieerd met hartfalen maar door prekapillaire vasodilatatie.
- Felodipine
- DHP-calciumantagonist; onderzocht in HOT-trial (diastolische streefwaarde); ook geregistreerd voor refractaire angina.
Calciumantagonisten: keuze, dosering en klinische toepassing
Werkingsmechanisme
Door blokkade van L-type calciumkanalen in vasculaire gladde spiercellen verminderen dihydropyridinen de calciuminstroom, waardoor relaxatie en vasodilatatie optreden. Dit verlaagt de perifere weerstand en daarmee de bloeddruk. Non-dihydropyridinen werken ook op de sinusknoop (frequentieverlaging) en AV-knoop (geleidingsvertraging), wat hen bij atriumfibrilleren nuttig maar bij combinatie met bètablokker gevaarlijk maakt.
Amlodipine: de standaard
Amlodipine heeft een halfwaardetijd van 35–50 uur, maakt thuismeting stabiel en tolereert een vergeten dosis. ALLHAT (2002) toonde equivalente cardiovasculaire bescherming ten opzichte van chloortalidoon en lisinopril voor coronaire events. ASCOT-BPLA (2005) toonde superioriteit van amlodipine + perindopril boven atenolol + benzathiazide voor mortaliteit en beroerte.
Indicaties en voorkeurssituaties
- Eerstekeus bij: ISH bij ouderen, stabiele angina pectoris, Raynaud-fenomeen
- Combinatie met RAAS-blokkade is synergetisch (amlodipine/ACE-remmer: ACCOMPLISH-trial)
- Verapamil/diltiazem bij: supraventriculaire tachycardie, AF-frequentiebeheer (indien geen bètablokker)
Contra-indicaties en bijwerkingen
- DHP: Enkel-oedeem (20–30%), reflexsinus-tachycardie (nifedipine snel); gecontra-indiceerd bij hemodynamisch significant hartfalen (HFrEF)
- Non-DHP: Gecontra-indiceerd bij HFrEF, bradycardie, AV-blok II/III, combinatie met bètablokker
Dosering amlodipine
Startdosis 5 mg 1dd; ophoging naar 10 mg 1dd bij onvoldoende effect na 4 weken. Maximale dosis 10 mg/dag. Dosisaanpassing niet nodig bij nierfalen; bij ernstige levercirrose (Child-Pugh C) voorzichtigheid.