Geneesmiddel

Centrale antihypertensiva: methyldopa en moxonidine

Centrale antihypertensiva verlagen de bloeddruk door remming van de sympatische outflow vanuit het centrale zenuwstelsel. Methyldopa is het middel van voorkeur bij hypertensie in de zwangerschap. Moxonidine, een I1-imidazolinereceptoragonist, wordt gebruikt bij therapieresistente hypertensie en is metabolisch gunstig bij het metabool syndroom.

Kernbegrippen

Methyldopa
Centraal werkend antihypertensivum via α2-agonisme; middel van keuze bij hypertensie in zwangerschap; lang veiligheidsrecord.
Moxonidine
Selectieve I1-imidazolinereceptoragonist; vermindert sympatische activiteit; gunstig bij metabool syndroom.
Clonidine
α2-agonist + I1-agonist; sterk antihypertensief maar rebound-hypertensie bij abrupt staken; beperkt gebruik.
Rebound-hypertensie
Sterke bloeddrukstijging na abrupt staken van centrale antihypertensiva (met name clonidine); geleidelijk afbouwen.
I1-imidazolinereceptor
Receptor in het rostral ventrolateral medulla; activatie vermindert sympatische outflow; aangrijpingspunt van moxonidine.

Centrale antihypertensiva: methyldopa en moxonidine in de praktijk

Methyldopa bij hypertensie in de zwangerschap

Methyldopa wordt omgezet in alfa-methylnoradrenaline, een vals-neurotransmitter die centrale α2-receptoren activeert en daarmee de sympatische output vermindert. Het heeft een bewezen veiligheidsrecord bij gebruik in de zwangerschap (decennialange klinische ervaring) en is de eerste keuze in de tweede lijn na labetalol en nifedipine. Dosering: 250–500 mg 2–3 dd; maximaal 3 g/dag. Bijwerkingen: sedatie, levertoxiciteit (zeldzaam), auto-immuun hemolytische anemie, positieve Coombs-test.

Moxonidine bij resistente hypertensie

Moxonidine activeert selectief I1-imidazolinereceptoren in het rostral ventrolateral medulla, waardoor noradrenaline-vrijstelling daalt. Het heeft minder centrale bijwerkingen (sedatie, droge mond) dan clonidine. Gunstige metabole effecten bij insulineresistentie maken het aantrekkelijk bij het metabool syndroom. Dosering: 0,2 mg 1dd; ophoging naar 0,4–0,6 mg/dag in 1–2 giften. Bijwerkingen: droge mond (mild), sedatie (mild), duizeligheid. Voorzichtigheid bij ernstig nierfalen (accumulatie).

Clonidine: beperkt gebruik

Clonidine werkt via α2-agonisme en is krachtig maar wordt beperkt door rebound-hypertensie bij abrupt staken en significant sedatieve bijwerkingen. Gebruik is tegenwoordig grotendeels vervangen door moxonidine. Pleisters (transdermaal) omzeilen het rebound-probleem gedeeltelijk. Incidentele toepassing bij perioperatieve hypertensie of bij ADHD-comorbiditeit.

Praktische toepassing

Bronnen

  1. ESC 2024 Hypertensie Richtlijn
  2. Farmacotherapeutisch Kompas – Methyldopa
  3. Farmacotherapeutisch Kompas – Moxonidine

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Hypertensie