Geneesmiddel

Spironolacton bij resistente hypertensie

Spironolacton, een mineralocorticoïd-antagonist, is bij resistente hypertensie het meest effectieve vierde antihypertensivum, zoals aangetoond in de PATHWAY-2 trial. Het blokkeert de aldosteronreceptor en vermindert natriumretentie. Bijwerkingen omvatten hyperkaliëmie, gynaecomastie en menstruatiestoornissen; eplerenon is een meer selectief alternatief.

Kernbegrippen

Mineralocorticoïd-antagonist (MRA)
Klasse geneesmiddelen die de aldosteronreceptor blokkeren; verminderen natriumretentie en kaliumexcretie.
PATHWAY-2 trial
Dubbelblinde crossover-RCT (n=314): spironolacton was effectiever dan placebo, doxazosine en bisoprolol als vierde antihypertensivum bij resistente hypertensie.
Eplerenon
Selectieve MRA zonder androgene en progestagene bijwerkingen; duurder, hogere dosis nodig dan spironolacton.
Finerenon
Niet-steroidale MRA; primair onderzocht bij CKD met diabetes (FIDELIO-DKD, FIGARO-DKD); geen primaire hypertensie-indicatie.
Gynaecomastie
Borstkliervorming bij mannen door antiandrogeen effect van spironolacton; reden voor overstap naar eplerenon.

Bewijs: PATHWAY-2

De PATHWAY-2 trial (Williams et al., Lancet 2015) randomiseerde 314 patiënten met resistente hypertensie (ongecontroleerd op ACE-remmer of ARB + calciumantagonist + thiazide) naar spironolacton 25–50 mg/dag versus doxazosine, bisoprolol of placebo in een crossover design. Spironolacton verlaagde de thuissystolische bloeddruk gemiddeld 8,7 mmHg meer dan placebo — significant beter dan de andere alternatieven. Dit bevestigde de hypothese dat sodium-volume-overload (subklinisch hyperaldosteronisme) de meest voorkomende oorzaak is van resistente hypertensie.

Werkingsmechanisme

Spironolacton blokkeert competitief de mineralocorticoïd-receptor, waardoor aldosteron zijn natriumretinerende en kaliumexcreterende effecten niet kan uitoefenen. Dit leidt tot volumedaling en daarmee bloeddrukdaling. Bijkomend voordeel is remming van myocardiale fibrose bij hartfalen.

Dosering

Bijwerkingen en alternatieven

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

Bronnen

Terug naar Hypertensie