Contrastmiddel en nierfunctie: contrast-geïnduceerde nefropathie
Contrast-geïnduceerde nefropathie (CIN) is een stijging van serumcreatinine ≥25% of ≥44 µmol/L binnen 48–72 uur na toediening van jodiumhoudend intraveneus contrast. Het risico is laag bij patiënten met normale nierfunctie, maar aanzienlijk bij eGFR <30, diabetes en volumedepletie. Adequate hydratatie is de meest bewezen preventieve maatregel.
Kernbegrippen
- Contrast-geïnduceerde nefropathie (CIN)
- Acute nierinsufficiëntie na IV jodiumhoudend contrast; definitie: creatinine-stijging ≥25% of ≥44 µmol/L binnen 48–72 uur.
- Isotone IV-hydratatie
- NaCl 0,9% of NaHCO3 0,154 mol/L IV voor en na contrast; meest bewezen preventieve maatregel bij hoog-risicopatiënten.
- Iso-osmolaire contrastmiddelen
- Iodixanol (Visipaque); minder nephrotoxisch dan hypo-osmolaire middelen bij hoog-risicopatiënten; bewijs matig.
- Metformine-beleid
- Stop metformine 48 uur voor contrasttoediening bij eGFR <45; hervat na 48 uur na verificatie stabiele nierfunctie.
- MRI-gadolinium bij ernstige CKD
- Gadolinium gecontra-indiceerd bij eGFR <30 (risico op nefrogene systemische fibrose bij sommige gadoliniumpreparaten; macrocyclische preparaten veiliger).
Preventie en management van contrast-geïnduceerde nefropathie
Risicofactoren voor CIN
- Sterk verhoogd risico: eGFR <30; diabetes mellitus + eGFR <60; hartfalen + CKD
- Matig verhoogd risico: eGFR 30–60 zonder diabetes; volumedepletie; nefrotoxische co-medicatie (NSAID's, aminoglycosiden)
- Laag risico: eGFR ≥60 zonder andere risicofactoren; oraal of articulair contrast
Preventieve maatregelen
- Hydratatie: IV NaCl 0,9% 1 mL/kg/uur gedurende 3–4 uur voor en 6–8 uur na contrast; of verkorte schema bij urgente procedures
- Minimale contrasthoeveelheid: gebruik lage doseringen (<100 mL); gebruik iso-osmolaire middelen bij eGFR <45
- Stop nefrotoxica: NSAID's, aminoglycosiden, diuretica (indien mogelijk) 24–48 uur voor contrast
- N-acetylcysteine: Niet aanbevolen (PRESERVE-trial: geen voordeel)
Metformine-beleid
Stop metformine bij eGFR <45 minimaal 48 uur voor IV-contrast wegens lactaatacidose-risico (bij acuut nierfalen na contrast + metformine-accumulatie). Hervat na 48 uur na verificatie stabiel nierfunctie. Bij eGFR ≥45: herstarten na procedure is veilig.
Gadolinium-contrast bij MRI
Lineaire gadolinium-chelaten (gadodiamide) zijn gecontra-indiceerd bij eGFR <30 (risico op nefrogene systemische fibrose). Macrocyclische chelaten (gadoteridol, gadobutrol) zijn aanzienlijk veiliger ook bij lagere eGFR; volg lokaal protocol.
