Aandoening

Wat is chronische nierziekte (CKD)?

Chronische nierziekte (CKD) is gedefinieerd als structurele of functionele afwijkingen van de nier gedurende meer dan 3 maanden, of een persisterende eGFR <60 mL/min/1,73m². CKD treft wereldwijd circa 10–15% van de volwassenen en is een onafhankelijke risicofactor voor cardiovasculaire ziekte en progressie naar niervervangende therapie.

Kernbegrippen

eGFR (geschatte glomerulaire filtratiesnelheid)
Schatting van de nierfunctie op basis van serumcreatinine, leeftijd, geslacht en etniciteit; normaal >90 mL/min/1,73m².
Albuminurie/proteïnurie
Verhoogde eiwituitscheiding in de urine; marker van glomerulaire schade; albumine-creatinineratio (ACR) is de standaardmeting.
CKD-definitie
eGFR <60 mL/min/1,73m² OF markers van nierschade (albuminurie, sedimentsafwijkingen, beeldvorming, pathologie) gedurende >3 maanden.
Oorzaken
Diabetes mellitus (meest frequent), hypertensie, glomerulonefritis, polycysteuze nierziekte, erfelijke aandoeningen.
CGA-klassificatie
KDIGO-classificatie: Cause (oorzaak), eGFR-categorie (G1–G5), Albuminurie-categorie (A1–A3); volledig risicoprofiel.

Definitie, epidemiologie en gevolgen van chronische nierziekte

Definitie en diagnose

CKD wordt gediagnosticeerd bij aanwezigheid van nierschade of lage eGFR gedurende meer dan 3 maanden. Nierschade omvat: albuminurie ≥30 mg/24 uur (of ACR ≥3 mg/mmol), sedimentsafwijkingen (hematurie van renale oorsprong, celcylinders), elektrolietstoornis door tubulopathie, structurele afwijkingen (polycysteuze nieren, hydronefrose, hypoplasie), of histologisch bewijs. Een eenmalig verlaagde eGFR of tijdelijke proteinurie is onvoldoende; persistentie van >3 maanden is vereist voor diagnose.

Epidemiologie

CKD treft 10–15% van de mondiale bevolking. In Nederland zijn naar schatting 1,7 miljoen mensen getroffen, van wie een aanzienlijk deel onbekend is met de diagnose. De prevalentie neemt toe door vergrijzing en stijging van type 2 diabetes en hypertensie.

Meest voorkomende oorzaken

Klinische gevolgen

CKD veroorzaakt: (1) verminderde klaring van nierfunctie-afhankelijke geneesmiddelen; (2) accumulatie van uremische toxines; (3) dysregulatie van calcium/fosfaat-metabolisme (secundair hyperparathyreoïdie); (4) anemie door verminderde erytropoëtineproductie; (5) sterk verhoogd cardiovasculair risico (bij CKD G3B–G5: vergelijkbaar met bekende HVZ).

Bronnen

  1. KDIGO 2024 CKD Richtlijn — Kidney International 2024
  2. ESC 2021 Preventie Richtlijn
  3. NHG-Standaard CVRM

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Chronische nierziekte