Cardiovasculaire preventie bij CKD
Chronische nierziekte (CKD) is een sterke en onafhankelijke cardiovasculaire risicofactor. Patiënten met CKD overlijden vaker aan cardiovasculaire ziekte dan aan nierfalen. De behandeling van cardiovasculaire risicofactoren bij CKD vergt aanpassingen in dosering en keuze van geneesmiddelen, en omvat nu ook SGLT2-remmers en finerenon.
Kernbegrippen
- CKD en CV-risico
- CKD stadium G3a (eGFR 45-59) doubles cardiovasculaire mortaliteit; G4-5 verhoogt risico 10-40-voudig ten opzichte van normale nierfunctie.
- Albuminurie als CV-risicomarker
- eGFR én albuminurie zijn onafhankelijke CV-risicofactoren; gecombineerde beoordeling (CKD Prognosis Consortium) geeft nauwkeurigste risicoschatting.
- Finerenon (Kerendia)
- Niet-steroïdaal mineralocorticoïdreceptorantagonist; bewezen reductie van CV events en nierprogessie bij DM type 2 + CKD (FIDELIO-DKD, FIGARO-DKD-trials).
- SGLT2-remmers bij CKD
- Dapagliflozine (DAPA-CKD) en empagliflozine (EMPA-KIDNEY) tonen nierbeschermend en CV-effect bij CKD ook zonder diabetes; geïndiceerd bij eGFR ≥20 ml/min/1,73m².
- Statines bij ernstige CKD
- Statines effectief bij CKD G3-4; bij hemodialysepatiënten (G5D) geen bewijs voor voordeel (SHARP: wel bij pre-dialyse CKD); geen nieuwe statine starten bij dialyse.
Cardiovasculaire risicoreductie bij chronische nierziekte
Cardiovasculair risico bij CKD
CKD versterkt traditionele cardiovasculaire risicofactoren en voegt niet-traditionele toe: uremische toxines, inflammatie, endotheeldisfunctie, calcificatie, anemie en autonome disfunctie. Het cardiovasculaire risico neemt exponentieel toe met dalende eGFR en stijgende albuminurie. CKD is een 'very high risk'-equivalent bij eGFR <30 ml/min/1,73m² of eGFR <45 ml/min/1,73m² mét significante albuminurie.
Bloeddruk
Streefdoel: systolische bloeddruk 120-130 mmHg bij CKD met of zonder diabetes. ACE-remmer of ARB eerste keus: remmen RAAS, verlagen intraglomerulaire druk, reduceren albuminurie en vertragen nierprogessie. Combinatie ACE-remmer + ARB is gecontra-indiceerd (verhoogd risico op hyperkaliëmie en nierfunctieverslechtering).
Lipidenbehandeling
Statines bij CKD G1-4 conform risicocategorie (vrijwel altijd hoog/zeer hoog). LDL-streefdoel conform ESC. Ezetimibe heeft renale klaring en is veilig bij ernstige CKD. PCSK9-remmers zijn veilig bij CKD; geen dosisaanpassing nodig.
SGLT2-remmers en finerenon
- Dapagliflozine (DAPA-CKD): 39% reductie nierprogessie + CV events bij eGFR 25-75, ook zonder DM
- Empagliflozine (EMPA-KIDNEY): bevestigt effect bij brede CKD-populatie eGFR 20-90
- Finerenon: bij DM type 2 + CKD: 18% reductie CV events + 23% reductie nierprogessie