Adenosine bij SVT: gebruik en valkuilen
Adenosine is een endogeen nucleoside dat tijdelijk AV-knoopgeleiding blokkeert via A1-receptorstimulatie. Het is het middel van eerste keus voor acute cardioversie van SVT door AV-knoopafhankelijke re-entry (AVNRT, AVRT). De korte halfwaardetijd (<10 seconden) maakt het zowel effectief als veilig.
Kernbegrippen
- Adenosine
- Endogeen purineribonucleoside; stimuleert A1-receptoren op AV-knooppunt en sinusknoop, leidend tot hyperpolarisatie en tijdelijke geleidingsblokkade.
- AVNRT
- AV-nodale re-entry tachycardie; re-entry via twee functionele paden (snel en langzaam) in en rondom de AV-knoop; de meest voorkomende regulaire SVT.
- AVRT
- AV-re-entry tachycardie via accessoire bundel; orthodroop (smal QRS) of antidroom (breed QRS); WPW-syndroom als symptomatische vorm.
- Halfwaardetijd adenosine
- Circa 6-10 seconden; snelle opname door erytrocyten en endotheel; geeft tijdelijk AV-blok van seconden.
- Dipyridamol-interactie
- Dipyridamol blokkeert adenosine-heropname → potentieert effect sterk; dosis adenosine halveren of vermijden.
Gebruik en valkuilen van adenosine bij SVT
Farmacologie
Adenosine activeert A1-receptoren → verhoogt K⁺-conductantie (IKAdo) → hyperpolariseert AV-knoop en sinusknoop → tijdelijk AV-blok. Het effect treedt op binnen 10-30 seconden na snelle IV-injectie. Methylxanthinen (cafeïne, theofylline) blokkeren adenosinereceptoren en antagoniseren het effect.
Indicaties
- Acute cardioversie van AVNRT en AVRT (orthodroom) — effectiviteit >90%
- Differentiaaldiagnose tachycardie: tijdelijk AV-blok maakt P-golven zichtbaar; flutter-zaagtand of dissociatie bij VT wordt onmasked
Dosis en toediening
6 mg snel IV (antecubitaalvene), gevolgd door spoelen met 20 ml NaCl 0,9%; bij uitblijven effect na 1-2 min: 12 mg; eventueel tweede gift 12 mg. Bij dipyridamolgebruik: 3 mg. Bij theofyllinegebruik: hogere dosis nodig. Centrale veneuze toegang: lagere dosis.
Bijwerkingen
Vrijwel alle patiënten ervaren kortdurende onplezierige bijwerkingen: thoracale druk/pijn, flushing, kortademigheid, bradycardie/asystolie (seconden). Zeldzaam: bronchospasme (relatieve contra-indicatie bij astma), AF-inductie bij WPW (gevaarlijk: preëxcitatie met snelle conductie via accessoire bundel bij AF).
Valkuilen
- Antidrome AVRT of breed-complex SVT met pre-excitatie: adenosine kan AF induceren met snelle antidrome geleiding → hemodynamisch instabiel → altijd defibrillator gereed
- Niet toedienen bij irregular wide-complex tachycardie (vermoeden AF + WPW)
- Dipyridamol-interactie vergeten → langdurige asystolie