Mechanisme

Re-entry mechanisme bij ritmestoornissen

Re-entry is het meest voorkomende mechanisme van klinisch relevante ritmestoornissen, waaronder atriumfibrilleren, AV-nodale re-entry tachycardie (AVNRT), Wolf-Parkinson-White, typische flutter en ventriculaire tachycardie. Het circuit vereist eenrichtingsblokkade, een langzame geleidingsweg en herstelde excitabiliteit.

Kernbegrippen

Re-entry
Elektrisch circuit waarbij een impuls herhaaldelijk dezelfde myocardregio activeert door eenrichtingsblokkade en langzame alternatieve geleidingsweg.
Eenrichtingsblokkade
Blokkering van geleiding in één richting door disparate refractairheid; de impulse kan in de tegengestelde richting nog wel passeren.
Excitable gap
Segment van het re-entrycircuit dat hersteld en exciteerbaar is; de 'zwakke schakel' die men met ablatie of antiaritmica kan aanpakken.
Anatomische re-entry
Circuit rond een vast anatomisch obstakel (litteken, klepring, crista terminalis); vaste omtrek, stabiel ECG-patroon.
Functionele re-entry (rotor)
Circuit zonder vast anatomisch obstakel; instabiel, migreert; substraat voor atriumfibrilleren.

Voorwaarden, typen en therapeutische implicaties van re-entry

Voorwaarden voor re-entry

Drie voorwaarden zijn noodzakelijk: (1) eenrichtingsblokkade op het splitsingspunt van het circuit; (2) een alternatieve geleidingsweg die de geblokkeerde zone omzeilt; (3) vertraging in de omweg zodanig dat het proximale weefsel zijn refractairheid heeft hersteld wanneer de impuls terugkomt. De omtrek van het circuit moet groter zijn dan de golflengte (= geleidingssnelheid × effectieve refractaire periode).

Anatomische versus functionele re-entry

Anatomische re-entry circuleert rond een vast obstakel (postinfarctlitteken, klepring bij typische atriale flutter, accessoire bundel bij WPW). Het ECG-patroon is stabiel en voorspelbaar. Ablatie van een isthmus in het circuit is curatief. Functionele re-entry heeft geen vast obstakel; het circuit wordt bepaald door wisselende refractariteitspatronen (leading circle-model, rotor-model). Atriumfibrilleren berust waarschijnlijk op meerdere simultane rotors. Ablatie is minder doeltreffend.

Klinische voorbeelden

Therapeutische implicaties

Antiaritmica kunnen re-entry onderbreken door de geleidingssnelheid te verlagen (klasse I: INa-blokkade) of de refractaire periode te verlengen (klasse III: IKr-blokkade), waardoor de golflengte groter wordt dan de circuitomtrek. Ablatie elimineert het circuit of de kritische isthmus direct.

Bronnen

  1. Mines GR — Original re-entry concept (Philosophical Transactions, 1914)
  2. Allessie MA et al. — Functional re-entry and rotor theory (Circulation 1973–1977)
  3. ESC 2020 Ventricular Arrhythmias & SCD Guidelines
  4. Farmacotherapeutisch Kompas — antiaritmica

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Ritmestoornissen