Wat moet een zorgprofessional weten over Antiaritmica: Vaughan Williams-classificatie?
De Vaughan Williams-classificatie deelt antiaritmica in op basis van hun primaire werkingsmechanisme op ionkanalen en receptoren. Klasse I blokkeert natriumkanalen, klasse II betreft bètablokkers, klasse III verlengt de actiepotentiaalduur via kaliumkanaalblokkade, en klasse IV blokkeert L-type calciumkanalen. In de praktijk hebben de meeste middelen eigenschappen van meerdere klassen.
Kernbegrippen:
- Klasse Ia (quinidine, procaïnamide, disopyramide): Natriumkanaalblokkers met gematigde kinetiek en aanvullende IKr-blokkade (QT-verlenging); beperkt gebruik door proaritmie-risico.
- Klasse Ic (flecaïnide, propafenon): Natriumkanaalblokkers met trage kinetiek en sterk QRS-verbreding; effectief bij AF-cardioversie; gecontra-indiceerd bij structureel hartlijden.
- Klasse III (sotalol, amiodaron, dofetilide, ibutilide): Kaliumkanaalblokkers die de repolarisatie verlengen (QT↑); antiaritimisch door verlengde refractaire periode; risico op torsade de pointes.
- Amiodaron: Meest gebruikte anti-aritmicum; multi-klasse werkingsmechanisme (I/II/III/IV); effectief bij VT/VF en AF; maar extensieve bijwerkingen bij langdurig gebruik.
- Proaritmie: Paradoxale inductie van nieuwe of ernstigere ritmestoornis door antiaritmicum; meest gevreesd bij klasse Ic en III bij structureel hartlijden.
Bronnen
- Kennispagina
- CAST Trial — flecaïnide/encainide na MI verhoogt mortaliteit (NEJM 1989)
- ESC 2020 Ventricular Arrhythmias & SCD Guidelines
- ESC 2020 AF Guidelines
- Farmacotherapeutisch Kompas — antiaritmica
Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.