Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over Calciumantagonisten: dihydropyridinen vs. non-DHP?

Calciumantagonisten blokkeren voltage-afhankelijke L-type calciumkanalen in vasculair glad spierweefsel en het myocard. Dihydropyridinen werken voornamelijk op de vaatwand; non-dihydropyridinen hebben bovendien een negatief chronotroop en dromotroop effect. De keuze tussen beide subklassen bepaalt grotendeels de klinische toepassing.

Kernbegrippen:

  • Dihydropyridine (DHP): Subklasse calciumantagonisten (amlodipine, nifedipine, felodipine) met overwegend vasculaire selectiviteit; weinig cardiale depressie.
  • Non-dihydropyridine (non-DHP): Verapamil en diltiazem: remmen naast vaattonus ook de sinusknoop en AV-knoop, bruikbaar bij SVT en voorkamerfibrilleren.
  • Reflextachycardie: Compensatoire hartslagverhoging door vasodilatatie bij kortwerkende DHP-preparaten; minder bij langwerkende formuleringen.
  • Negatief chronotroop effect: Verlaging van de hartfrequentie door remming van de sinusknoopautomaticiteit; kenmerk van verapamil en diltiazem.
  • Perifer oedeem: Frequente bijwerking van DHP-calciumantagonisten door arteriële vasodilatatie met relatieve venulocapillaire drukverhoging.

Nieuwste evidence op HartVaat:

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.