Vragen
Wat moet een zorgprofessional weten over Calciumantagonisten: dihydropyridinen vs. non-DHP?
Calciumantagonisten blokkeren voltage-afhankelijke L-type calciumkanalen in vasculair glad spierweefsel en het myocard. Dihydropyridinen werken voornamelijk op de vaatwand; non-dihydropyridinen hebben bovendien een negatief chronotroop en dromotroop effect. De keuze tussen beide subklassen bepaalt grotendeels de klinische toepassing.
Kernbegrippen:
- Dihydropyridine (DHP): Subklasse calciumantagonisten (amlodipine, nifedipine, felodipine) met overwegend vasculaire selectiviteit; weinig cardiale depressie.
- Non-dihydropyridine (non-DHP): Verapamil en diltiazem: remmen naast vaattonus ook de sinusknoop en AV-knoop, bruikbaar bij SVT en voorkamerfibrilleren.
- Reflextachycardie: Compensatoire hartslagverhoging door vasodilatatie bij kortwerkende DHP-preparaten; minder bij langwerkende formuleringen.
- Negatief chronotroop effect: Verlaging van de hartfrequentie door remming van de sinusknoopautomaticiteit; kenmerk van verapamil en diltiazem.
- Perifer oedeem: Frequente bijwerking van DHP-calciumantagonisten door arteriële vasodilatatie met relatieve venulocapillaire drukverhoging.
Nieuwste evidence op HartVaat:
Bronnen
- Kennispagina
- ESC 2018 Hypertension Guidelines — calciumantagonisten bij hypertensie
- ESC 2019 Chronic Coronary Syndromes Guidelines — calciumantagonisten bij angina
- Farmacotherapeutisch Kompas — calciumantagonisten
Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.