Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over D-dimeer: indicaties, valkuilen en gecombineerd gebruik?

D-dimeer wordt geproduceerd bij fibrineafbraak na coagulatie en is een gevoelige maar aspecifieke marker voor trombus. Een normaal D-dimeer sluit bij lage klinische kans DVT en longembolie vrijwel zeker uit. Een verhoogd D-dimeer heeft zonder klinische context geen diagnostische waarde.

Kernbegrippen:

  • Fibrinedegradatieproduct: D-dimeer is het eindproduct van plasmine-gemedieerde fibrinolyse; gegenereerd bij intravasculaire stolling en remodellering.
  • Sensitiviteit D-dimeer VTE: >96% sensitiviteit voor DVT/LE bij gebruik kwantitatief ELISA-gebaseerde assay; hoge NPV bij lage klinische kans.
  • Specificiteit D-dimeer: Laag (40-50%) bij algemene populatie; verder verlaagd bij ouderen, zwangeren, maligniteit, infectie, postoperatief, trauma.
  • ADJUST-PE: Studie die leeftijdsaangepaste D-dimeer valideerde (leeftijd × 10 ng/ml bij ≥50 jaar); veilig alternatief met hogere specificiteit.
  • High-sensitivity D-dimeer assay: Kwantitatief ELISA-gebaseerd (bijv. Vidas, STA-Liatest); noodzakelijk voor VTE-uitsluiting — kwalitatieve 'latex'-assays zijn minder betrouwbaar.

Nieuwste evidence op HartVaat:

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.