Vragen
Wat moet een zorgprofessional weten over INR-management bij VKA: instelling, controle en streefwaarden?
Nauwkeurig INR-management is de hoeksteen van veilige VKA-therapie. Het INR-streefwaarde varieert per indicatie van 2,0-4,0. Bij supratherapeutisch INR is het risico op ernstige bloedingen aanzienlijk; bij subtherapeutisch INR dreigt trombo-embolie. De Nederlandse trombosedienst biedt gestandaardiseerde monitoring en dosisadviezen voor patiënten op VKA.
Kernbegrippen:
- INR-streefvensters: AF/VTE: INR 2,0-3,0; aortamechanische klep laag risico: INR 2,0-3,0; aortamechanische klep hoog risico of mitralisklep: INR 2,5-3,5; mitralismechanische klep: INR 3,0-4,0.
- Point-of-care INR-meting: Capillaire bloedmeting met INR-meter (CoaguChek): geschikt voor zelfmanagement; gevalideerd voor acenocoumarol; patiënten zelf meten en doseren na training.
- Supratherapeutisch INR: INR boven het therapeutische venster; risico op bloeding neemt exponentieel toe; management afhankelijk van INR-hoogte en klinische situatie.
- Dosisflexibilisatie: Aanpassen van de weekdosis (niet de dagdosis) met 10-15% bij INR buiten streefvenster; vermijdt oscillerende dosering.
Bronnen
- Kennispagina
- ESC 2020 AF Guidelines
- Farmacotherapeutisch Kompas — VKA dosering en monitoring
- NHG-Standaard Atriumfibrilleren
- LESA Antistolling — NHG richtlijn
Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.