Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over Klepprothesen: mechanisch versus biologisch?

Bij hartklepvervanging is de keuze tussen een mechanische of biologische prothese een van de meest impactvolle behandelkeuzes. Mechanische prothesen zijn duurzamer maar vereisen levenslange anticoagulatie met VKA; biologische prothesen vermijden anticoagulatie maar slijten sneller, met name bij jongere patiënten. De ESC-richtlijn 2021 biedt een leeftijdsgericht kader voor deze beslissing.

Kernbegrippen:

  • Mechanische klepprothese: Tweebladerige tilting-disc prothese (bv. St. Jude Medical, On-X); uitermate duurzaam; levenslange VKA-anticoagulatie vereist; INR streef 2,5-3,5 (aorta) of 3,0-4,0 (mitralis).
  • Biologische klepprothese (bioprosthetisch): Klepweefsel van varken (porcien) of rund (bovien pericardium); geen anticoagulatie nodig na 3 maanden; degeneratie na 10-20 jaar; voorkeur bij ouderen.
  • Structureel klepfalen (SVD): Calcificatie en degeneratie van biologische prothese leidend tot restenose of regurgitatie; incidentie stijgt na 10 jaar, sterk na 15 jaar; eerder bij jongere patiënten.
  • Valve-in-valve TAVI: Transcatheter aortaklepimplantatie in een gedegenereerde biologische aortaklepprothese; vermijdt heroperatie bij hoog-risicopatiënten.

Nieuwste evidence op HartVaat:

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.