Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over Secundaire preventie na hart- en vaatziekte?

Secundaire preventie richt zich op patiënten met bewezen atherosclerotische cardiovasculaire ziekte (ASCVD) — na myocardinfarct, PCI, CABG, TIA, beroerte of perifeer arterieel lijden. De behandeldoelen zijn scherper dan bij primaire preventie; multifarmacie met bewezen meerwaarde is de regel.

Kernbegrippen:

  • Secundaire preventie: Preventie van recidief cardiovasculair event bij patiënten met bewezen atherosclerotische ziekte; intensievere behandeldoelen dan primaire preventie.
  • DAPT (duale antiplaatjestherapie): Combinatie van aspirine met P2Y12-remmer (clopidogrel, ticagrelor of prasugrel); standaard na ACS en PCI gedurende 12 maanden (bij hoog bloedingsrisico: 3-6 maanden).
  • LDL-streefdoel ASCVD: ESC 2021: LDL <1,4 mmol/L én ≥50% verlaging ten opzichte van baseline; bij recidief event binnen 2 jaar: LDL <1,0 mmol/L.
  • PCSK9-remmer: Monoklonaal antilichaam (evolocumab, alirocumab) dat PCSK9 blokkeert en LDL-receptoren op levercellen spaart; verlaagt LDL met 50-60% additioneel boven statine; geïndiceerd bij niet-bereiken streefdoel.
  • Bètablokker na MI: Bewezen mortaliteitsreductie bij post-MI met LVEF-disfunctie; routinematig gebruik bij normale LVEF na ongecompliceerd MI ter discussie (beperkt evidence); ESC: overweeg bij alle post-MI patiënten.

Nieuwste evidence op HartVaat:

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.