Wat moet een zorgprofessional weten over Arteriële versus veneuze trombusvorming?
Trombose treedt op in twee pathofysiologisch verschillende contexten: arterieel (hoge-snelheidsomgeving, gedomineerd door trombocytenaggregatie na plaqueruptuur) en veneus (lage-snelheidsomgeving, gedomineerd door hypercoagulabiliteit en stasis). Dit onderscheid is therapeutisch essentieel: antitrombotische middelen (trombocytenaggregatieremmers) zijn de basis bij arterieel; anticoagulantia bij veneus.
Kernbegrippen:
- Virchow-triade: Drie condities die veneuze trombose bevorderen: stasis (immobilisatie, langdurig zitten), hypercoagulabiliteit (trombofilie, maligniteit, zwangerschap), endotheel-schade (trauma, chirurgie).
- 'Witte trombus': Arteriële trombus: trombocytenrijk, arm aan fibrine; wit van kleur; vormt bij hoge shear stress na plaquruptuur; voorkomend bij STEMI, TIA, ischemisch CVA.
- 'Rode trombus': Veneuze trombus: fibrinerijk, rijk aan erytrocyten; rood van kleur; vormt bij lage stroomsnelheid en hypercoagulabiliteit; voorkomend bij DVT en longembolie.
- Trombofiliescreen: Laboratoriumonderzoek bij uitgeloste of recidiverende VTE: ATIII, proteïne C, proteïne S, APC-resistentie (factor V Leiden), protrombine 20210A mutatie, antifosfolipidantistoffen.
Bronnen
- Kennispagina
- Virchow triade en veneuze trombose — Wolberg et al., Nature Rev Cardiol 2012
- Arteriële versus veneuze trombose — Brill et al., Circ Res 2014
- ESC 2019 PE/DVT Guidelines
Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.