Geneesmiddel

Angiotensine-II-receptorblokkers (ARB) bij hypertensie

Angiotensine-II-receptorblokkers (ARB, ook sartanen) blokkeren selectief de AT1-receptor voor angiotensine II. Ze hebben vergelijkbare orgaanprotectieve eigenschappen als ACE-remmers maar veroorzaken geen prikkelhoest door de afwezigheid van bradykinine-effect. Ze zijn de voorkeursalternatieve bij ACE-remmer-intolerantie.

Kernbegrippen

AT1-receptor
Angiotensine-II-receptor type 1; mediëert vasoconstrictie, aldosteronproductie en proliferatieve effecten.
Sartanen
Alternatieve naam voor ARB; omvat losartan, valsartan, irbesartan, candesartan, olmesartan, telmisartan.
Dubbele RAAS-blokkade
Combinatie van ACE-remmer + ARB; ONTARGET-trial toonde geen voordeel en meer bijwerkingen (nierfalen, hyperkaliëmie).
Renale eindpunten
ARB vertraagden progressie naar nierfalen bij type 2 diabetische nefropathie (RENAAL, IDNT trials).
Telmisartan
ARB met langste halfwaardetijd (24 uur) en partiële PPAR-γ-agonisme; onderzocht in ONTARGET/TRANSCEND.

ARB: farmacologie, indicaties en middelen

Werkingsmechanisme

ARB blokkeren selectief en competitief de AT1-receptor. In tegenstelling tot ACE-remmers remmen ze ook angiotensine II gevormd via alternatieve enzymen (chymase), bereiken daarmee completere RAAS-blokkade op receptorniveau. Ze verhogen geen bradykinine, wat prikkelhoest verklaart als primaire reden voor gebruik boven ACE-remmers.

Indicaties

Middelen en dosering

Contra-indicaties en bijwerkingen

Bronnen

  1. LIFE-studie — Lancet 2002
  2. ESC 2024 Hypertensie Richtlijn
  3. ESC 2021 Hartfalen Richtlijn
  4. Farmacotherapeutisch Kompas – Angiotensine II-antagonisten

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Hypertensie