Geneesmiddel

Thiazide- en thiazide-achtige diuretica bij hypertensie

Thiazide- en thiazide-achtige diuretica zijn eerstelijnsantihypertensiva met decennialang bewijs voor reductie van cardiovasculaire events. Indapamide en chloortalidoon hebben gunstigere metabole profielen dan hydrochloorthiazide en de voorkeur in huidige richtlijnen. Ze zijn bijzonder effectief bij zoutgevoelige hypertensie en bij ouderen.

Kernbegrippen

Na-Cl-cotransporter (NCC)
Transporter in het distale tubulus; het aangrijpingspunt van thiazidediuretica voor natriumexcretie.
Indapamide
Thiazide-achtig diureticum met aanvullend vasodilatoir effect; minder metabole bijwerkingen dan HCT; bewezen in PROGRESS, HYVET.
Chloortalidoon
Thiazide-achtig diureticum met langere werkingsduur (48–72 uur); superieur aan HCT in epidemiologische data.
Hypokaliëmie
Meest voorkomende elektrolietstoornis bij thiazidegebruik; verlengde QTc, spierkrampen; corrigeer via kaliumsuppletie of combinatie met kaliumsparend diureticum.
Thiazide-intolerantie
Aanzienlijke metabole bijwerkingen: verhoogd urinezuur (jichtrisico), hyperglykemie, dyslipemie — overwegend bij hoge doseringen HCT.

Thiazidediuretica: mechanisme, keuze en monitoring

Werkingsmechanisme

Thiaziden blokkeren de Na-Cl-cotransporter (NCC) in het distale convoluut tubulus, waardoor minder natriumreabsorptie en daarmee initieel volumedepletie optreedt. Bij chronisch gebruik daalt de perifere vaatweerstand als primair bloeddrukverlagend mechanisme, met normalisatie van het plasmavolume. Het diuretisch effect is relatief zwak vergeleken met lisdiuretica.

Keuze van het middel

De ESC 2024 richtlijn prefereert indapamide en chloortalidoon boven hydrochloorthiazide (HCT) vanwege:

Indicaties en combinaties

Metabole bijwerkingen en monitoring

Bronnen

  1. ALLHAT Trial — JAMA 2002
  2. HYVET Trial — NEJM 2008
  3. ESC 2024 Hypertensie Richtlijn
  4. Farmacotherapeutisch Kompas – Thiazidediuretica

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Hypertensie