Geneesmiddel

Fibraten bij hypertriglyceridemie

Fibraten (bezafibraat, fenofibraat, gemfibrozil) activeren PPAR-α en verlagen triglyceriden met 30–50% via stimulatie van lipoproteinlipase-activiteit en vermindering van VLDL-productie. Ze zijn de eerste medicamenteuze keus bij ernstige hypertriglyceridemie (TG >5 mmol/L) ter preventie van acute pancreatitis.

Kernbegrippen

PPAR-α (peroxisome proliferator-activated receptor alpha)
Nucleaire transcriptiefactor; activeert genen betrokken bij vetzuuroxidatie, LPL-expressie en ApoC-III-remming; aangrijpingspunt fibraten.
Lipoproteinlipase (LPL)
Endotheelgebonden enzym dat triglyceriden in chylomicronen en VLDL hydrolyseert; geactiveerd door PPAR-α.
ApoC-III
Remmer van LPL en VLDL-klaring; verlaagd door fibraten, wat bijdraagt aan TG-daling.
Gemfibrozil-statine-interactie
Gemfibrozil remt CYP2C8 en OATP1B1; verhoogt statine-plasmaspiegel sterk; verhoogd myopathierisico; combinatie vermijden.
ACCORD-Lipid trial
Fenofibraat + simvastatine vs. simvastatine bij type 2 DM; geen reductie cardiovasculaire events (subgroep TG >2,3 + laag HDL wel voordeel).

Fibraten: indicaties, middelen en interacties

Werkingsmechanisme

Fibraten activeren PPAR-α, wat leidt tot: (1) verhoogde LPL-expressie → snellere TG-hydrolyse; (2) verminderde ApoC-III-productie → minder LPL-remming; (3) verhoogde ApoA-I- en ApoA-II-productie → HDL-stijging 10–20%; (4) verminderde hepatische VLDL-productie. Netto effect: TG-verlaging 30–50%, HDL-stijging 10–20%, LDL matig (variabel, kan bij VLDL-conversie naar LDL initieel stijgen).

Indicaties

Middelen

Bijwerkingen en veiligheid

Bronnen

  1. ESC/EAS 2019 Dyslipidemie Richtlijn
  2. Farmacotherapeutisch Kompas – Fibraten

Relevante richtlijnen

Alle richtlijnen →

← Alle onderwerpen in Lipiden & Atherosclerose