Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over Genetisch onderzoek bij familiaire hypercholesterolemie?

Genetisch onderzoek bij vermoeden van familiaire hypercholesterolemie identificeert pathogene varianten in LDLR (80–85%), APOB (5–10%) of PCSK9 (<1%). Een positieve uitslag bevestigt de diagnose, maakt cascadescreening van familieleden met eenduidige test mogelijk en heeft prognostische waarde. Circa 20% van klinisch waarschijnlijke FH-patiënten heeft geen aantoonbare mutatie.

Kernbegrippen:

  • LDLR-mutatie: Meest frequent (80–85% van genetische FH); >2.000 pathogene varianten bekend; variabele ernst afhankelijk van klasse (I–V).
  • APOB-mutatie (R3527Q): Verhindert ApoB-100-binding aan LDLR; milder fenotype dan LDLR-mutaties; 5–10% van genetische FH.
  • PCSK9 gain-of-function: Zeldzame variant (<1%); leidt tot overmatige LDLR-degradatie; variabel fenotype.
  • Polygenetische hypercholesterolemie: Hoog LDL door accumulatie van meerdere common variants (SNP's); fenotypisch kan overlapping zijn met FH maar geen monogene mutatie.
  • Next-generation sequencing (NGS): Sequencingmethode waarmee LDLR, APOB en PCSK9 gelijktijdig kunnen worden geanalyseerd; inmiddels standaard in de Nederlandse klinische genetica.

Nieuwste evidence op HartVaat:

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.