ATTR-cardiomyopathie aan de vooravond van CARDIO-TTRansform
Tien jaar geleden gold transthyretine-amyloïdcardiomyopathie als een zeldzame diagnose voor gespecialiseerde centra. Inmiddels weten we beter: bij ouderen met hartfalen met behouden ejectiefractie, bij laaggradiënt-aortastenose en bij onverklaarde linkerventrikelhypertrofie blijkt ATTR-CM telkens vaker de onderliggende oorzaak. Betere botscintigrafie, groeiend bewustzijn en sinds kort ook AI-ondersteunde echo-analyse halen de diagnose steeds vroeger boven water. Daarmee groeit ook de vraag naar behandelopties.
Het behandelveld kent inmiddels twee bewezen routes. Stabilisatoren (tafamidis en recenter acoramidis) houden het transthyretine-eiwit in zijn stabiele vorm, zodat het minder makkelijk amyloïd vormt. Silencers verminderen juist de aanmaak van het eiwit; vutrisiran liet in HELIOS-B zien dat die route ook bij cardiomyopathie klinische winst oplevert. De logische vervolgvraag ligt in München op tafel: werkt ook een antisense-benadering, en wat voegt die toe aan het groeiende arsenaal?
CARDIO-TTRansform, gepresenteerd in Hot Line 4 op zaterdag 29 augustus, test eplontersen, een ligand-geconjugeerd antisense-oligonucleotide dat de productie van transthyretine in de lever verlaagt. Het is het grootste fase III-programma dat ooit in ATTR-cardiomyopathie is opgezet, met harde klinische eindpunten. Een positief resultaat zou het derde werkingsmechanisme praktijkrijp maken en de concurrentie in dit snel groeiende veld verder aanjagen, met mogelijk gevolgen voor de nu nog forse behandelkosten.
Voor de Nederlandse praktijk is de boodschap tweeledig. Eerst: denk aan ATTR-CM bij de oudere patiënt met onverklaarde hypertrofie of hardnekkig HFpEF-beeld, want de diagnose is behandelbaar geworden. En verder: de uitslag van zaterdag bepaalt mede hoe het behandelalgoritme er over een jaar uitziet. HartVaat doet verslag zodra de data gepresenteerd zijn.
Lid worden van HartVaat.nl?
Gratis — en we stemmen het nieuws en de literatuur af op uw vakgebied.
