Hartfalen

De nieuwe ESC-hartfalenrichtlijn: wat er op 28 augustus op tafel ligt

Op vrijdag 28 augustus, de openingsdag van het ESC-congres in München, wordt de nieuwe ESC-richtlijn hartfalen gepresenteerd. Het is geen focused update maar een integrale herziening, de eerste sinds 2021. Om 13:45 volgt de volledige presentatie, om 16:15 kan de zaal de Task Force zelf bevragen in een Ask the Task Force-sessie. Wie het veld sinds 2021 heeft gevolgd, weet dat er genoeg te herzien valt.

Sinds de vorige integrale richtlijn is het fundament onder de hartfalenbehandeling verbreed. De vier pijlers voor HFrEF (RAS-remming met ARNI, bètablokkade, MRA en SGLT2-remming) zijn gemeengoed geworden, en de vraag is verschoven van welke middelen naar hoe snel en in welke volgorde ze gestart worden. Voor HFpEF, lange tijd het stiefkind van de richtlijnen, liggen er inmiddels gerandomiseerde data voor SGLT2-remmers en groeit het bewijs voor gewichtsverlagende therapie bij de obese fenotypes. Ook de rol van ijzersuppletie, remote monitoring en vroege titratie na opname is de afgelopen jaren scherper geworden.

De congresprogrammering zelf geeft een hint waar de nadruk komt te liggen: naast de presentatiesessie staan er meerdere sessies over het optimaliseren van richtlijngestuurde medicamenteuze therapie, implementatie in de praktijk en hartfalen bij specifieke groepen. De richtlijn wordt bovendien geflankeerd door een gloednieuwe richtlijn over cardiovasculaire ziekte bij chronische nierschade, een combinatie die bij hartfalenpatiënten eerder regel dan uitzondering is.

Voor de eerste lijn is dit de belangrijkste richtlijnpresentatie van het congres. Een groot deel van de hartfalenzorg, van vroege herkenning tot titratie en comorbiditeitsmanagement, loopt via de huisartsenpraktijk. HartVaat vat de richtlijn na de presentatie samen met de blik op wat er voor de Nederlandse praktijk daadwerkelijk verandert.

Lid worden van HartVaat.nl?

Gratis — en we stemmen het nieuws en de literatuur af op uw vakgebied.

Maak een gratis account