Atriumfibrilleren

LATENT: een AI-algoritme dat op het sinusritme-ECG boezemfibrilleren voorspelt, levert met gerichte holtermonitoring iets meer diagnoses en voorstadia op, maar het verschil hangt aan één event

Chicago, zondag 8 november. Een algoritme dat op een gewoon twaalfafleidingen-ECG in sinusritme ziet wie binnenkort boezemfibrilleren krijgt, bestaat al enkele jaren (Mayo Clinic liet het in 2019 zien) en is het soort toepassing waarvoor de term AI-ECG is bedacht. Of zo'n voorspelling ook tot meer diagnoses leidt als je er gericht op gaat monitoren, was nog niet gerandomiseerd getest. LATENT uit Taiwan deed dat bij bijna 15.000 mensen. De uitkomst is positief op papier en fragiel in werkelijkheid: het verschil verdwijnt als één event anders wordt geclassificeerd. Gepresenteerd zaterdag in de ritmesessie, gelijktijdig gepubliceerd in Circulation.

De studie

In één centrum in Taiwan werden 14.665 volwassenen van 40 tot 85 jaar zonder bekend boezemfibrilleren of -flutter gerandomiseerd naar een AI-ECG-gestuurde strategie (7.337) of gebruikelijke zorg (7.328), open-label. Bij de interventiegroep beoordeelde het algoritme het sinusritme-ECG van het voorafgaande jaar; wie als hoogrisico werd aangemerkt (84 deelnemers, 1,1 procent), kreeg een holter van maximaal zeven dagen aangeboden. 48 van hen (57,1 procent) deden mee. Om te voorkomen dat het verschil alleen door méér monitoren zou ontstaan, kreeg voor elke gemonitorde hoogrisicodeelnemer een op leeftijd en geslacht gematchte controledeelnemer dezelfde holter; die controles werden gekozen vóórdat hun ECG door het algoritme was beoordeeld. De beoordelende cardiologen wisten niet in welke groep iemand zat of wat het algoritme zei. Het primaire eindpunt was binnen 90 dagen nieuw vastgesteld boezemfibrilleren, flutter of een vooraf gedefinieerd voorstadium: frequente of korte reeksen atriale extrasystolen, of niet-aanhoudend boezemfibrilleren.

De uitkomsten

  • Primair eindpunt: 54 deelnemers (0,74 procent) in de interventiegroep tegen 35 (0,48 procent) in de controlegroep; odds ratio 1,54 (95%-BI 1,01 tot 2,37), p = 0,046. Eén event in de interventiegroep anders classificeren brengt de p op 0,057.
  • Het effect zat volledig bij de hoogrisicogroep: 32,1 tegen 2,6 procent; bij de laagrisicodeelnemers 0,4 tegen 0,5 procent (p voor interactie onder 0,001).
  • Boezemfibrilleren of flutter zelf: 0,3 tegen 0,2 procent, geen significant verschil. Start van antiaritmische therapie na 180 dagen: 2,3 tegen 2,4 procent.
  • Door deelnemers gemelde bijwerkingen van het monitoren (huidreacties, ongemak): 22,9 tegen 18,8 procent van de gemonitorden.

Duiding

De studie doet twee dingen tegelijk goed en één ding niet. Goed: het algoritme werkt als risicostratificatie (één op de drie hoogrisico-ECG's leidde tot een bevinding, tegen één op de veertig gematchte controles), en de opzet met gematchte, even intensief gemonitorde controles is netter dan de meeste screeningsstudies. Niet goed: het primaire eindpunt is grotendeels gevuld met voorstadia waarvan de klinische betekenis onzeker is, het harde eindpunt (boezemfibrilleren zelf) verschilde niet, en de helft van de hoogrisicogroep wilde geen holter. De auteurs zijn daar eerlijk over en noemen het resultaat 'statistisch fragiel'. Wat de studie in elk geval niet laat zien, is dat deze aanpak beroertes voorkomt; dat is de vraag die LOOP en STROKESTOP met conventionele screening al zo moeizaam beantwoordden.

Voor de praktijk

In Nederland maakt elke huisartsenpraktijk en elk ziekenhuis dagelijks ECG's in sinusritme die niets opleveren; een algoritme dat daaruit de één procent met een hoog risico op boezemfibrilleren haalt, is aantrekkelijk en technisch binnen bereik. LATENT zegt dat die één procent inderdaad veel vaker iets heeft, en dat je ze met een holter kunt vinden. Het zegt niet dat je ze moet behandelen of dat zij er beter van worden. Tot een uitkomstenstudie dat laat zien, blijft de NHG-lijn staan: opportunistisch de pols voelen bij 65-plussers, een ECG bij een onregelmatige pols, en geen bevolkingsonderzoek. Zie ook STROKESTOP II: stapsgewijze AF-screening met NT-proBNP.

Lees ook

Dit artikel is een samenvatting van een publicatie in Circulation. Voor het volledige artikel, alle details en referenties verwijzen wij u naar de oorspronkelijke bron.

Lees het volledige artikel

Wilt u op de hoogte blijven?

Gratis: de maandelijkse nieuwsbrief met het nieuwsoverzicht, en de site afgestemd op uw vakgebied.

Schrijf u nu in