Terug naar EAS 2026
Klinische vaatziekte · Klinische beeldvorming van atherosclerose

Sex differences in long-term coronary plaque progression

Emilie Gaillard, Matthijs Boekholdt, Andrew Choi, Nils Planken, Erik Stroes, Paul Knaapen, Nick Nurmohamed

  1. Amsterdam UMC, Amsterdam, Netherlands
  2. George Washington University, Washington DC, United States of America
  3. Vascular Medicine, Amsterdam UMC, Amsterdam, Netherlands
  4. Amsterdam UMC, Amsterdam, Netherlands
Poster: Sex differences in long-term coronary plaque progression

Sekseverschillen in de langjarige progressie van coronaire plaque op CT-angiografie (Amsterdam UMC).

Bekijk de volledige poster op EAS 2026

Poster on board · EAS 2026, Athene

Samenvatting

Achtergrond

Coronairlijden verloopt verschillend tussen de seksen: vrouwen hebben minder plaque-belasting, minder obstructief lijden en een latere start dan mannen. Of kwalitatieve plaquekenmerken zoals hoogrisicoplaque en laag-dichte plaque ook verschillen, is onduidelijk. Deze studie onderzocht sekse-specifieke kwantitatieve en kwalitatieve verschillen in coronaire plaque-belasting en -progressie over een periode van 10 jaar.

Methoden

Patiënten uit een CT-coronairangiografie-cohort (CCTA) werden uitgenodigd voor een herhaalde CCTA na een mediaan scaninterval van 10,2 jaar. Scans werden geanalyseerd met AI-gestuurde kwantitatieve CCTA (AI-QCT). De associatie tussen sekse en plaquekenmerken werd onderzocht met multivariabele regressie, gecorrigeerd voor leeftijd, cardiovasculaire risicofactoren, statinegebruik en scannerinstellingen.

Resultaten

267 patiënten (43% vrouw; gemiddeld 57 jaar). Bij follow-up hadden vrouwen een hoger LDL-cholesterol (3,0 vs 2,5 mmol/L; p<0,001). Bij baseline hadden vrouwen een bijna tweemaal lager mediaan percentage atheoomvolume (PAV) dan mannen. In multivariabele analyse bleef mannelijk geslacht onafhankelijk geassocieerd met meer PAV-progressie, meer verkalkte en niet-verkalkte PAV-progressie, en een tweemaal hogere kans op het ontstaan van laag-dichte plaque; voor hoogrisicoplaque was er geen significant sekseverschil.

Conclusie

Vrouwen vertoonden significant minder plaqueprogressie en een lagere kans op laag-dichte plaque dan mannen, onafhankelijk van risicofactoren en baseline-plaque. Deze sekseverschillen wijzen op verschillende biologische mechanismen in de progressie van atherosclerose.

Originele Engelstalige samenvatting (zoals ingediend bij EAS 2026)

Background and Aims

Coronary artery disease (CAD) manifests differently between sexes, with women demonstrating lower plaque burden, less obstructive disease, and delayed onset compared to men. Whether qualitative plaque features such as high-risk plaque and low-density plaque also differ between sexes remains unclear. This study investigated sex-specific quantitative and qualitative differences in coronary plaque burden and progression over a 10-year period.

Methods

Patients from a coronary CT angiography (CCTA) cohort were invited for repeat CCTA imaging with a median scan interval of 10.2 [IQR 8.7-11.2] years. Scans were analyzed using atherosclerosis imaging-quantitative CCTA analysis (AIQCT). Associations between sex and plaque characteristics were assessed using multivariable regression adjusted for age, cardiovascular risk factors, statin use and scanner settings.

Results

In total, 267 patients were included, 114 (43%) were women. The mean age was 57±7 years. No significant sex differences were observed in the prevalence of other cardiovascular risk factors or medication use (all p>0.05). At 10-year follow-up, women had higher low-density lipoprotein cholesterol levels (3.0±1.2 mmol/L vs. 2.5±1.0 mmol/L; p<0.001) than men. At baseline, women demonstrated significantly lower overall plaque burden compared to men, with a nearly 2-fold lower median percent atheroma volume (PAV) (1.7%; IQR 0.4-4.2 vs. 3.2%; IQR 0.9-8.5; p =0.001). In multivariable analysis adjusted for baseline plaque burden and cardiovascular risk factors, male sex remained independently associated with greater PAV progression (β=1.598; p=0.003), calcified PAV progression (β=1.030; p=0.008), and non-calcified PAV progression (β=0.821; p=0.011). Furthermore, men had twice the odds of developing low-density plaque compared to women (OR 2.05; 95% CI 1.02-4.13; p=0.044), whereas no significant sex difference was observed in high-risk plaque development (OR 0.69; 95% CI 0.34-1.40; p=0.304).

Conclusions

Women demonstrated significantly less plaque progression and lower odds of low- density plaque development compared to men, independent of cardiovascular risk factors and baseline plaque burden. These sex-specific differences suggest distinct biological mechanisms influencing atherosclerosis progression.