Vragen

Wat moet een zorgprofessional weten over ICD-implantatie bij hartfalen: indicaties en selectie?

Plotse hartdood (SCD) is de meest frequente doodsoorzaak bij patiënten met HFrEF, verantwoordelijk voor 30–50% van de sterfte. De implanteerbare cardioverter-defibrillator (ICD) is effectief in het voorkomen van SCD, maar patiëntenselectie is cruciaal: de voordelen gelden met name bij patiënten met langere levensverwachting en niet bij eindstadium hartfalen.

Kernbegrippen:

  • ICD: Implanteerbare cardioverter-defibrillator: monitort het hartritme continu en geeft defibrillatieschok of antitachycardiestimulatie bij ventrikelfibrilleren of ventriculaire tachycardie.
  • SCD-HeFT (2005): RCT ICD vs. amiodaron vs. placebo bij HFrEF (EF ≤35%): ICD verlaagde totale mortaliteit met 23% vs. placebo; amiodaron niet superieur aan placebo.
  • MADIT-II (2002): RCT ICD bij post-MI EF ≤30%: 31% mortaliteitsreductie; eerste trial zonder elektrofysiologische selectie.
  • Wearable ICD (WCD): Extern draagbare defibrillatorvest; overbrugging bij tijdelijk verhoogd SCD-risico (recent MI, nieuwe DCM) vóór beslissing over implanteerbare ICD.
  • Drie maanden wachttijd: ESC 2021: ICD-indicatie pas na ≥3 maanden optimale medicamenteuze behandeling — EF kan stijgen en risico vervallen (met name bij nieuwe DCM).

Nieuwste evidence op HartVaat:

Bronnen

Dit antwoord is automatisch samengesteld uit de inhoud van HartVaat.nl op 2026-03-12 en verandert mee met de site. Citeer vrij, met bronvermelding en een link naar hartvaat.nl (de url van het record). Samenvattingen zijn redactioneel werk van HartVaat; de oorspronkelijke publicaties blijven van hun uitgevers (doi). Geen medisch advies. Ook als JSON.