Bloeddrukvariabiliteit tussen bezoeken voorspelt sterfte en beroerte, ook bij gelijke gemiddelde bloeddruk: Amsterdam UMC-analyse in de UK Biobank
Milaan, dinsdag 29 september. In de spreekkamer telt de gemiddelde bloeddruk: meerdere metingen, een gemiddelde, en dat bepaalt of en hoe we behandelen. Hoe sterk de bloeddruk tussen twee bezoeken schommelt, verdwijnt in dat gemiddelde. Een onderzoek van de afdeling Huisartsgeneeskunde van het Amsterdam UMC, vandaag op EASD 2026 gepresenteerd door Fariba Ahmadizar, laat zien dat die schommeling zelf een risicosignaal is, en dat het signaal bij mensen met diabetes het sterkst is.
De studie
De onderzoekers gebruikten de UK Biobank en selecteerden 57.611 deelnemers bij wie de bloeddruk bij de eerste afspraak en bij minstens één later bezoek was gemeten. De gemiddelde leeftijd was 55,4 jaar, 52 procent was vrouw. Bij aanvang hadden 50.744 deelnemers een normale glucose, 5.397 prediabetes en 1.470 type 2-diabetes. Per deelnemer werd de variabiliteit tussen bezoeken berekend, gecorrigeerd voor de tijd tussen de metingen, voor vier maten: systolisch, diastolisch, gemiddelde arteriële druk en polsdruk. De mediane follow-up was 5,1 jaar; in die periode overleden 1.460 deelnemers, kregen 571 een beroerte en ontwikkelden 319 dementie.
De uitkomsten
- Meer variabiliteit in elk van de vier bloeddrukmaten ging samen met een hogere sterfte, ook na correctie voor de gemiddelde bloeddruk, de glucosestatus en andere factoren.
- Per standaarddeviatie meer systolische variabiliteit was de sterfte 11 procent hoger, voor diastolische variabiliteit 8 procent.
- Diastolische variabiliteit en variabiliteit van de gemiddelde arteriële druk hingen ook samen met beroerte: 12 en 10 procent hoger risico per standaarddeviatie.
- Mensen met type 2-diabetes en een hoge systolische variabiliteit overleden 2,8 keer zo vaak als mensen met een normale glucose en een lage variabiliteit. Bij prediabetes met hoge variabiliteit was dat 62 procent vaker.
- Het geschatte tienjaarsrisico op overlijden liep van ongeveer 1,0 procent (normale glucose, lage variabiliteit) tot ongeveer 2,9 procent (diabetes, hoge variabiliteit).
- Met dementie werd geen significant verband gevonden.
Duiding
De bevinding past bij eerder werk: in de gepoolde SPRINT- en ACCORD-data bleek bloeddrukvariabiliteit even prognostisch als de gemiddelde bloeddruk. Nieuw is de koppeling met de glucosestatus in een grote, algemene populatie, en dat het signaal overeind blijft na correctie voor de gemiddelde druk. Twee kanttekeningen maken de auteurs zelf. De combinatie van diabetes en hoge variabiliteit is geen zuiver effect van variabiliteit, want de groepen verschillen ook in glucosestatus. En het gaat om een observationeel verband: of het verminderen van schommelingen sterfte of beroerte voorkomt, is niet onderzocht. De percentages per standaarddeviatie laten zich bovendien niet vertalen naar een grens in mmHg.
Wat betekent dit voor de praktijk
Voor de huisarts en de internist geen nieuwe behandelregel, wel een reden om een wisselende bloeddruk niet weg te middelen. Een patiënt met diabetes bij wie de spreekkamerwaarden van bezoek tot bezoek flink uiteenlopen, verdient een blik op de oorzaak (therapietrouw, orthostase, meetomstandigheden) en eerder een thuis- of 24-uursmeting. Dat dit uit de Nederlandse huisartsgeneeskunde komt, maakt het extra relevant: de data voor zo'n analyse liggen in elk huisartsinformatiesysteem al klaar.
Lees ook
Wilt u op de hoogte blijven?
Gratis: de maandelijkse nieuwsbrief met het nieuwsoverzicht, en de site afgestemd op uw vakgebied.
