ADA/EASD-consensus 2026 over type 2-diabetes: SGLT2-remmer en/of GLP-1-middel mogelijk vanaf de diagnose, metformine niet langer de verplichte eerste stap, gewicht even belangrijk als glucose, finerenon als derde laag bij albuminurie
Milaan, vrijdag 2 oktober. Het slotakkoord van EASD 2026 was het document dat de komende jaren de behandeling van type 2-diabetes bepaalt: de definitieve ADA/EASD-consensus 2026, vanmiddag gepresenteerd door Melanie Davies en John Buse en gelijktijdig open access gepubliceerd in Diabetologia en Diabetes Care. De titel verraadt de verschuiving. In 2022 heette het nog 'management of hyperglycaemia'; nu 'management of type 2 diabetes'. Glucose is één doel van vijf geworden, naast gewicht, bloeddruk, lipiden en directe bescherming van hart, nier en lever.
Wat er verandert
- Eerder, mogelijk vanaf de diagnose, een SGLT2-remmer en/of een GLP-1-middel. De consensus stelt dat de meeste mensen met type 2-diabetes baat hebben bij vroege introductie van een van beide, los van het HbA1c, voor orgaanbescherming en langetermijnuitkomsten. 'GLP-1-middel' omvat in het document ook tirzepatide.
- Metformine is niet langer de verplichte eerste stap. De cardiovasculaire en renale winst van SGLT2-remmers en GLP-1-middelen staat los van metformine, en beide 'moeten eerstelijnsoverwegingen zijn'. Metformine blijft bruikbaar (goedkoop, veilig, gewichtsneutraal), maar wie het bij een nieuw middel wil stoppen of doorzetten, mag dat individueel beslissen.
- Vroege combinatie van SGLT2-remmer en GLP-1-middel moet worden overwogen bij bestaande hart- en vaatziekte, chronische nierschade en hartfalen, ongeacht HbA1c.
- Gewichtsdoelen zijn even wezenlijk als glucosedoelen. Bij overgewicht of obesitas krijgen middelen met gewichtsverlagend effect de voorkeur, metabole chirurgie moet worden overwogen, en intensieve leefstijlbehandeling mikt op 10 procent of meer gewichtsverlies met remissie als mogelijkheid. Nieuw is de nadruk op spierbehoud: eiwit en krachttraining bij iedereen die fors afvalt door medicatie of chirurgie.
Hart en nier: de gelaagde opbouw
Dit is het deel dat de cardioloog en nefroloog aangaat, en het is explicieter dan ooit.
- Bij bestaande hart- en vaatziekte: een GLP-1-middel met bewezen effect om MACE en sterfte te verlagen, of een SGLT2-remmer om MACE, hartfalen en sterfte te verlagen en de nier te beschermen; de combinatie kan worden overwogen omdat de effecten optellen.
- Bij hartfalen, met of zonder verminderde ejectiefractie: een SGLT2-remmer. Bij obesitas met HFpEF: semaglutide of tirzepatide voor de symptomen. Bij HFpEF of HFmrEF: finerenon voor hartfalen en sterfte.
- Bij chronische nierschade: een SGLT2-remmer tot aan nierfunctievervanging, ongeacht albuminurie; een GLP-1-middel erbij (semaglutide is geregistreerd om progressie te remmen); bij albuminurie boven 3 mg/mmol finerenon. De formule: 'SGLT2-remmers vormen de basis, GLP-1-middelen komen erbij voor MACE, nier en gewicht, finerenon wordt toegevoegd bij albuminurische nierschade'.
- Bij alleen risicofactoren (leeftijd 55 jaar of ouder, obesitas, hypertensie, roken, dyslipidemie, albuminurie) kan een van beide worden gebruikt, met lagere zekerheid.
- Bloeddruk onder 130/80 mmHg, bij hoog risico systolisch onder 120; statine voor vrijwel iedereen boven de 40.
Verder nieuw
Lever (MASLD) hoort nu bij de standaardscreening, met een GLP-1-middel als eerste keus bij obesitas en leververvetting en verwijzing bij fibrose F2 of hoger. Bij slaapapneu tirzepatide of een GLP-1-agonist. Insuline, als het nodig is, als basale insuline en meestal pas na een GLP-1-middel, met behoud van de orgaanbeschermende middelen. CGM 'moet worden overwogen', vooral bij insuline. Afbouwen van sulfonylureum bij kwetsbare ouderen. En een hoofdstuk over gelijke toegang: de middelen bestaan, de uitdaging is ze bij iedereen te krijgen.
Duiding
Voor wie de Nederlandse huisartsenstandaard kent, is de afstand nu groot. De NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 houdt metformine als eerste stap en reserveert SGLT2-remmers en GLP-1-agonisten voor bepaalde risicogroepen; de ADA/EASD-consensus zet beide bij vrijwel iedereen vooraan, mogelijk vanaf de diagnose, en koppelt dat aan gewichtsdoelen en een gelaagde cardiorenale opbouw. Het bewijs daarvoor is deze week in Milaan opnieuw gegroeid, maar de consensus is eerlijk over de gaten: minder zekerheid bij mensen met alleen risicofactoren, geen vergelijkende data over wanneer af te bouwen, en een kostenvraag die per land anders uitpakt. Op SMARTEST, de Zweedse trial die dapagliflozine rechtstreeks tegen metformine als startmiddel zette en die hier donderdag werd gepresenteerd, wachten we nog op de publicatie.
Wat betekent dit voor de praktijk
Voor de huisarts en internist: bij een nieuwe diagnose type 2-diabetes met hart- of vaatziekte, hartfalen, nierschade of obesitas is er volgens deze consensus geen reden meer om met metformine alleen te beginnen. Voor de cardioloog: de SGLT2-remmer is de basis, de GLP-1-agonist de tweede laag en finerenon de derde bij albuminurie; dat is nu ook de diabetesconsensus, niet alleen de cardiologische richtlijn. Hoe snel de Nederlandse standaarden volgen, is de vraag voor het komende jaar.
Lees ook
Dit artikel is een samenvatting van een publicatie in Diabetologia. Voor het volledige artikel, alle details en referenties verwijzen wij u naar de oorspronkelijke bron.
Lees het volledige artikelWilt u op de hoogte blijven?
Gratis: de maandelijkse nieuwsbrief met het nieuwsoverzicht, en de site afgestemd op uw vakgebied.

