HRS/BHB-1893, een derde cardiale myosineremmer, houdt na 52 weken effect bij obstructieve HCM: 79 procent onder een gradiënt van 30 mmHg, inspanningscapaciteit plus 2,7 ml/kg/min
Chicago, vrijdag 6 november. Nog voor de eerste late-breaking-sessie van AHA 2026 zelf begint, hield de Hypertrophic Cardiomyopathy Medical Society haar jaarlijkse sessie in McCormick Place. In het late-breaking-blok presenteerde Xueyi Wu (Fuwai Hospital, Peking) de 52-weeksgegevens van HRS/BHB-1893, een cardiale myosineremmer van het Chinese Hengrui Pharma en het Amerikaanse Braveheart Bio. Na mavacamten en aficamten is het de derde vertegenwoordiger van de klasse die bij obstructieve hypertrofische cardiomyopathie (HCM) een jaar lang effect laat zien.
De studie
De fase 2-studie (NCT06516068) nam 42 volwassenen met symptomatische obstructieve HCM op. In de kernperiode van twaalf weken werden zij gerandomiseerd over drie doseringscohorten, gevolgd door een washout. Daarna begonnen alle 42 patiënten opnieuw met het middel in een open-label extensie van 52 weken: startdosis 40 mg tweemaal daags, met de mogelijkheid tot ophogen naar 60 of 80 mg tweemaal daags op geleide van de Valsalva-gradiënt over het uitstroomtraject (LVOT) en de linkerventrikelejectiefractie (LVEF). De cijfers hieronder zijn veranderingen ten opzichte van het begin van de extensie en komen uit het persbericht van de fabrikanten van 6 november; een publicatie is er nog niet.
De uitkomsten
- Piek-zuurstofopname (pVO2) steeg gemiddeld 2,7 ml/kg/min in week 52; 70 procent won ten minste 1,5 en 50 procent ten minste 3,0 ml/kg/min.
- De KCCQ Clinical Summary Score steeg gemiddeld 17,3 punten; 45 procent verbeterde 20 punten of meer. Na 52 weken zat 60 procent in NYHA-klasse I.
- 79 procent (33 van 42) had in week 52 een Valsalva-LVOT-gradiënt onder 30 mmHg. Al in week 1, nog voor de eerste dosisaanpassing, had 67 procent een volledige gradiëntrespons volgens de definitie van de studie.
- Terugval na stoppen: na de kernperiode van twaalf weken keerden gradiënt en NT-proBNP in de washout terug naar of boven de uitgangswaarden. Na 52 weken behandeling was die terugkeer afgezwakt, wat de onderzoekers lezen als een mogelijk teken van reverse remodelling.
- Veiligheid: geen ernstige of severe bijwerkingen tijdens de behandeling, alle bijwerkingen mild of matig, geen definitieve staking. Twee patiënten hadden een voorbijgaande LVEF onder 50 procent (48 en 49 procent) en gingen verder op een lagere dosis.
In een tweede voordracht bundelde Braveheart Bio laboratoriumwerk en een post-hoc-analyse van 84 patiënten met niet-obstructieve HCM uit de placebogecontroleerde fase 2-studie HRS-1893-202: na twaalf weken had 59 procent van de behandelde patiënten een septale e' boven de normaalgrens van 7 cm/s, tegen 20 procent bij aanvang en 14 procent in de controlegroep. De fabrikanten zien daarin een verbetering van de diastolische functie met behoud van de systolische functie.
Duiding
De cijfers passen in het beeld dat de klasse de afgelopen jaren heeft opgebouwd: een snelle, diepe daling van de gradiënt, betere symptomen en een betere inspanningscapaciteit, met als keerzijde een LVEF die bij een deel van de patiënten te ver zakt. Dat laatste gebeurde hier bij twee van 42 patiënten en bleef mild. Het nieuwe element is de vergelijking van de terugval na twaalf en na 52 weken: als langer behandelen de ziekte zelf afremt, is dat voor de hele klasse relevant. Maar het is een post-hoc-analyse in een open-label extensie zonder controlegroep, bij 42 Chinese patiënten, en gerapporteerd door de fabrikant. Hengrui zegt met de resultaten de ontwikkeling in China voort te zetten; voor Europa is er geen programma aangekondigd.
Op dezelfde vrijdagmiddag stonden in Chicago ook een analyse van de gezondheidsstatus (KCCQ) uit ACACIA-HCM met aficamten bij niet-obstructieve HCM en de 56-weeksgegevens van SCOUT-HCM met mavacamten bij adolescenten op het programma. Daarvan zijn nog geen cijfers openbaar; zodra die er zijn, volgen ze hier.
Voor de praktijk
Voor de Nederlandse spreekkamer verandert er niets: HRS/BHB-1893 is nergens geregistreerd en een fase 3-studie moet nog beginnen. Wel groeit het bewijs dat cardiale myosineremming bij obstructieve HCM een duurzaam effect heeft, zie ook de langetermijngegevens van aficamten en mavacamten en de vergelijking met metoprolol in MAPLE-HCM. Waar de richtlijnen nog achterlopen, blijft de regel: deze middelen horen thuis bij het expertisecentrum, met een echo bij elke dosisstap.
Lees ook
Wilt u op de hoogte blijven?
Gratis: de maandelijkse nieuwsbrief met het nieuwsoverzicht, en de site afgestemd op uw vakgebied.


