Heart Failure 2026: Late-Breaking Trials vanuit Barcelona
Het ESC Heart Failure-congres is hét jaarlijkse Europese platform voor klinische en translationele hartfalenwetenschap. Dit jaar in Barcelona, met als thema 'Evolution in Heart Failure': zeven late-breaking sessies, twee 'Hottest Trials'-sessies en een nieuw Future Frontiers-paviljoen rond AI, digitale gezondheid en precisiegeneeskunde. HartVaat.nl volgt de hot-line trials en vat de belangrijkste resultaten in het Nederlands samen.
Radcliffe Cardiology — Video’s van Heart Failure 2026
Heart Failure Academy en Radcliffe Cardiology presenteren de video-coverage van het ESC HFA 2026-congres in Barcelona (9-12 mei). Negen on-site besprekingen van de heetste hot-line trials (SUBCUT HF II, REDOX-AHF, PORTHOS, TRANSFORM-HF, UF-CARE, CONDUCT-AF, GOAL-HF1, DECISION/DIGIT/DIG-meta, overleving gevorderd hartfalen), een vier-delige verdiepingsserie rond ATTR-CM en CARDIO-TTRansform, plus een masterclass over wereldwijde inclusiviteit van hartfalen-evidence met Van Spall en Zannad.
HFA 2026: Late-Breaking Science — Trial-besprekingen, ATTR-CM deep-dives & masterclass
Bekijk alle afleveringen →Late-breaking trial-besprekingen (9)
4m06s
3m22s
8m12s
6m03s
5m55s
6m21s
6m09s
4m10s
7m56s
Cardiomyopathy deep-dives (4)
4m36s
13m06s
8m47s
7m23s
Vooraf gelezen — context uit het hartvaat.nl-archief
De studies en richtlijnen die de basis vormen voor de trials van komend weekend.
Digitoxine bij HFrEF: gerandomiseerde trial — NEJM
NEJM-trial onderzocht digitoxine bij HFrEF in het moderne GDMT-tijdperk. Het hartglycoside verminderde hartfalenhospitalisaties, wat digitalis herpositioneert als additionele therapie bij geselecteerd
Aficamten veilig en effectief bij langdurige behandeling van obstructieve HCM
De FOREST-HCM-studie in het EHJ toont aan dat langdurige behandeling met aficamten, een selectieve cardiale myosineremmer, veilig en effectief is bij patiënten met symptomatische obstructieve hypertro
2025 ACC: ATTR-CM evaluatie en management — beknopte klinische richtlijn
ACC beknopte klinische richtlijn voor ATTR-cardiomyopathie geeft een gestructureerd pad voor diagnose, risicostratificatie en behandeling met tafamidis, acoramidis en vutrisiran.
Sacubitril-valsartan bij secundaire mitralisinsufficiëntie en reverse remodeling
Hartfalen met verminderde ejectiefractie gaat vaak gepaard met secundaire mitralisinsufficiëntie. Deze 2D- en 3D-echocardiografische studie onderzocht het effect van sacubitril-valsartan op mitralisin
MATTERHORN: transcatheter repair versus chirurgie bij secundaire MR — NEJM
De MATTERHORN-trial in de NEJM vergeleek transcatheter mitraliskleprepair met chirurgie bij secundaire MR. Repair was non-inferieur aan chirurgie met minder procedurele complicaties, wat de minimaal-i
Re-PERFUSE: relaxinereceptoragonist en renale perfusie bij HFrEF — fase 1b
Fase 1b studie van AZD3427, een nieuwe relaxinereceptoragonist, toonde verbeterde renale perfusie bij HFrEF. Het middel biedt een potentieel nierbeschermend mechanisme bij hartfalen.
TRANSFORM-HF: torsemide versus furosemide bij nieuw vs chronisch hartfalen
Subanalyse van TRANSFORM-HF vergeleek torsemide met furosemide bij nieuw versus chronisch hartfalen. Er was geen verschil in uitkomsten in beide subgroepen, wat het ontbreken van voordeel van torsemid
CONFIDENCE-analyse: acute eGFR-daling bij empagliflozin + finerenone is reversibel en geen reden om te stoppen
In deze prespecificeerde CONFIDENCE-analyse (n=790, T2D + CKD + albuminurie) was de acute eGFR-daling op dag 14 het grootst bij combinatietherapie (-6,6 mL/min) versus finerenone (-2,1) of empaglifloz
Antisense tegen microRNA-132 bij hartfalen: fase 1b resultaten
Eerste resultaten van een fase 1b studie van antisense-therapie gericht tegen microRNA-132 bij hartfalen. Nieuwe RNA-gebaseerde HF-therapie.
Programma — late-breaking sessies
Innovations in Heart Failure Management
- UF-CARE — Ultrafiltratie bij type 2 cardiorenaal syndroom
- TRANSFORM-HF — Aanpak van diureticaresistentie
- TIM-HF3 — Stem-gebaseerde voorspelling van HF-heropnames
- CARDIO-TTRansform — Behandeling van transthyretine-amyloïdcardiomyopathie
Hottest Trials (1)
- SUBCUT HF II — Subcutane furosemide voor vroege ontslag na hartfalenopname
- REDOX-AHF — Restrictieve versus liberale oxygenatiedoelen bij acuut hartfalen
- Re-PHIRE — Relaxine-mimeticum AZD3427 bij HF met pulmonale hypertensie
- PRAISE-MR — Sacubitril-valsartan bij HFpEF met secundaire mitralisinsufficiëntie
- CONDUCT-AF — Conductiesysteem-pacing versus biventriculaire pacing na AV-knoopablatie
Advanced Therapies in Heart Failure
- C-MIC II — Cardiale contractiliteitsmodulatie — vervolgstudie
- eLYM System — Lymfedecongestietechnologie bij hartfalen
Hottest Trials (2)
- DECISION — Lage-dosis digoxine bij hartfalen — twee presentaties
- DIGIT-HF — Digitoxine bij HFrEF — nieuwe data
- Digoxine/digitoxine meta-analyse — Studie-niveau meta-analyse van DECISION, DIGIT-HF en DIG
- HF-REVERT — MicroRNA-remmer CDR132L bij gereduceerde LVEF na MI
Advances in Heart Failure Detection and Therapy
- PORTHOS — Obesitas en natriuretische peptiden — diagnostische impact
- GRASP-HF — Gerichte behandelstrategie bij hartfalen
- AC01 — Orale inotroop bij HFrEF — gerandomiseerde fase-2 trial
- POSEIDON — Hoog-inflammatoir hartfalen over het hele EF-spectrum
Trials, Trends, and Global Insights
- NET-COST-HFrEF — Netwerk-meta-analyse van kosteneffectiviteit bij HFrEF
- THESUS-HF II — Acute hartfalenzorg in Afrika — vervolgcohort
- NEDA Study — Australische behandeltrends en uitkomsten bij hartfalen
Advances in Cardiomyopathies
- BHB/HRS-1893 — Behandeling van niet-obstructieve hypertrofische cardiomyopathie
- RESOLVE-HCM — Effectiviteit van perhexiline bij HCM
- MAPLE-HCM — Dosis-effectrelatie bij HCM-behandeling
- ATTRibute-CM — Acoramidis-uitkomsten bij poliklinische verslechtering van hartfalen
Resultaten & Publicaties
DECISION: lage-dosis digoxine mist primair eindpunt bij HF(m)rEF, maar suggereert minder verslechterende hartfalenevents
DECISION is de eerste moderne grote RCT die digoxine onderzoekt op contemporaine hartfalentherapie sinds DIG (1997). 1.001 Nederlandse HFrEF/HFmrEF-patiënten, mediaan 36,5 maanden follow-up. Het primaire samengestelde eindpunt mist statistische significantie (RR 0,81; p=0,133), maar de richting bevestigt het signaal: 18% minder verslechterende hartfalenevents en goede verdraagbaarheid. De gepoolde meta-analyse met DIGIT-HF en DIG (n=9.013) tilt de uitslag wél boven de drempel (HR 0,85; p<0,001).
- Primair eindpunt gemist (RR 0,81; 95% BI 0,61–1,07; p=0,133)
- Verslechterende hartfalenevents: −24% (RR 0,76; 95% BI 0,54–1,05)
- Geen sterftewinst (HR 0,93; 95% BI 0,69–1,26)
- Gepoolde meta (n=9.013) wel significant: HR 0,85 (p<0,001)
DECISION-onttrekkingssubstudie: stoppen van digoxine na lange behandeling leidt tot acute verslechtering
Vooraf gespecificeerde onttrekkingsanalyse van DECISION: 587 patiënten ondergingen aan het einde van de trial blinde onttrekking. Vóór onttrekking nauwelijks verschil; ná onttrekking schiet de eventrate omhoog in de digoxine-onttrekkingsarm — 42,8 vs 5,9 events per 100 patiëntjaren, RR 7,37 (p=0,012). Klinisch implicatief: wie chronisch op digoxine staat heeft baat — afbouw bij 'opruimen' polyfarmacie verdient zeer kritische heroverweging.
- Onttrekkingsarm: 14 events vs 2 in placebo-onttrekking (RR 7,37; p=0,012)
- Stijging hartfrequentie (p=0,003), daling SBP (p=0,014), stijging NT-proBNP (p=0,002)
- Pre-onttrekking event rates vergelijkbaar — effect is acuut na stop
- Belangrijke waarschuwing voor deprescribing-reviews bij hartfalen
Meta-analyse DECISION + DIGIT-HF + DIG: digitalisglycosiden reduceren verslechterende hartfalenevents over 9.013 patiënten
Studie-niveau meta-analyse die DECISION, DIGIT-HF en DIG combineert tot 9.013 patiënten. Digitalisglycosiden verlagen het samengestelde primaire eindpunt (HR 0,85; 95% BI 0,80–0,90; p<0,001) en tijd tot eerste verslechterende hartfalenevent (HR 0,75; p<0,001). De winst blijft behouden bovenop RALES/EMPHASIS-HF/PARADIGM-HF/DAPA-HF rugbones — geen heterogeniteit tussen trials of glycosidetypen. Op populatieniveau pleidooi voor herwaardering van digitalis als goedkope vijfde optie naast de vier pijlers.
- 9.013 patiënten gepooled (DECISION + DIGIT-HF + DIG)
- Primair eindpunt: HR 0,85 (95% BI 0,80–0,90; p<0,001)
- Tijd tot eerste WHF: HR 0,75 (p<0,001)
- Effect onafhankelijk van GDMT-rugbone, trial of glycosidetype
Dig-RHD: digoxine verlaagt sterfte en hartfalen bij symptomatische reumatische hartziekte
Dig-RHD is de eerste RCT van digoxine bij reumatische hartziekte — een aandoening die wereldwijd nog miljoenen patiënten treft, vaak vrouwen op middelbare leeftijd met mitralisstenose en boezemfibrilleren. 1.769 patiënten in 12 Indiase centra, 2,1 jaar mediane follow-up. Het samengestelde primaire eindpunt (overlijden of nieuw/verslechterend hartfalen) was 31,4% (digoxine) versus 35,5% (placebo), HR 0,82. Praktijk-veranderend voor de Globale Zuid en relevant voor migrantenpopulaties in Nederland met chronische reumatische klepafwijkingen.
- n=1.769, mediane follow-up 2,1 jaar, 12 Indiase centra
- Primair eindpunt: HR 0,82 (95% BI 0,69–0,96)
- 72% vrouw, mediaan 46 jaar, 70% AF, 81,5% gemengde klepafwijkingen
- Goedkoop, breed beschikbaar middel met praktijk-veranderende impact
PRAISE-MR: sacubitril-valsartan verbetert inspanningshemodynamiek bij HFpEF met atriale mitralisinsufficiëntie
PRAISE-MR is de eerste medicamenteuze trial die exercise-hemodynamische winst aantoont bij HFpEF met atriale functionele mitralisinsufficiëntie (AFMR). 84 Belgische patiënten, sacubitril-valsartan vs standaardzorg, 6 maanden. De inspannings-mPAP/CO-helling verbeterde met 0,93 mmHg/L/min (p=0,035), met parallelle winst op piek-VO2, KCCQ, NT-proBNP, LA-volume en AFMR-graad. Plaatst ARNI naast transkatheter-mitralisreparatie als modificerende route voor dit hoog-risico fenotype.
- n=84, multicentrische open-label trial met blinde primaire beoordeling
- Primair eindpunt: ΔmPAP/CO-helling −0,93 mmHg/L/min (p=0,035)
- Piek-VO2 +0,9 vs −0,6 mL/kg/min (p=0,002), KCCQ +10 vs +2 punten (p=0,002)
- Eerste medicatie met klinisch betekenisvolle winst in HFpEF + AFMR
HF-REVERT: antisense miRNA-remmer CDR132L mist primair eindpunt na infarct met verminderde EF
HF-REVERT is de eerste fase 2-trial van een antisense miRNA-remmer in cardiologie. 294 patiënten kregen binnen 3–14 dagen na infarct drie IV-doses CDR132L (5 of 10 mg/kg) of placebo. Het primaire eindpunt — verandering van LVESV-index op 6 maanden — verschilde niet tussen groepen; secundaire eindpunten waren eveneens neutraal. Belangrijke negatieve uitslag voor de RNA-therapeutica-pijplijn, maar exploratieve signalen bij gevorderde adverse remodeling rechtvaardigen verder onderzoek bij gerichte populaties.
- n=294, internationaal, dubbelblind, fase 2
- Primair eindpunt (ΔLVESVi op 6 mnd): geen verschil
- Veiligheid: geen lever-, nier-, hematologische of cardiale toxiciteit
- Exploratieve winst bij gevorderde remodeling — hypothese voor vervolgstudie
DELTA-HF: thoracale-duct lymfedecongestie via eLym-systeem haalbaar bij acute hartfalen
DELTA-HF is een single-arm fase-eerste-in-mens trial van het eLym-systeem, een endoveneuze axiale pomp die lymfeafvoer via de ductus thoracicus ondersteunt. 40 patiënten met acuut gedecompenseerd hartfalen, refractair voor orale diuretica. Plaatsing slaagde bij allen, gewicht −6,8 kg bij ontslag, EVEREST-congestiescore van 5 → 0 (stabiel op 6 maanden), creatinine stabiel. 95% vrij van ernstige device-events; één fatale vasculaire complicatie. Veelbelovende mechanistische route voor therapieresistente congestie — gerandomiseerde trials volgen.
- n=40, single-arm, multicentrisch
- Plaatsingssucces 100%, gewichtsverlies 6,8 kg bij ontslag
- EVEREST-congestiescore 5 → 0 (p<0,0001), stabiel tot 6 mnd
- 95% vrij van ernstige device/procedure-events; 1 fatale vasculaire complicatie
TELESAT PRIOR-HF: telemonitoring na hartfalenopname verbonden met 46% lagere mortaliteit
Vooraf gespecificeerde subanalyse van de Franse TELESAT-HF — observationeel cohort uit nationale claimsdatabase — bij hartfalenpatiënten met opname in voorafgaand jaar. ~1.258 telemonitoring vs ~2.321 gewogen controles. Half zoveel sterfte (HR 0,54), 15% minder hartfalenheropnames, 32% minder SEH-bezoeken, 35% minder IC-opnames, 1,77 dagen korter ziekenhuis — zonder hogere totale kosten. Observationeel; residuale confounding niet uit te sluiten, maar het signaal is robuust en past in groeiende telemonitoringinfrastructuur in Nederland.
- Subanalyse na ≥1 HF-opname; ~1.258 RMP vs ~2.321 gewogen controles
- All-cause mortaliteit: HR 0,54 (95% BI 0,47–0,63; p<0,001)
- HF-heropnames RR 0,85; SEH −32%, IC −35%
- Geen verschil in totale zorgkosten op 6, 12, 24 maanden
SUBCUT HF II: subcutane furosemide thuis verlaagt opnameduur met 5,5 dagen na hartfalenopname
SUBCUT HF II — Glasgow-geleid, 20 UK NHS-centra, n=170 — heeft het primaire eindpunt gehaald én een operationele revolutie ingeluid. Patiënten ontslagen met subcutane furosemide thuis (Lasix ONYU patch-pomp) hadden 4 extra dagen levend en buiten het ziekenhuis op 30 dagen (p<0,001) en 5,5 dagen kortere indexopname (p<0,001). Veiligheid en secundaire eindpunten equivalent. Voor de Nederlandse hartfalen-praktijk: direct relevant voor capaciteitsplanning en patiënt-comfort. Peer-reviewed publicatie volgt.
- n=170, 20 NHS-centra UK, open-label gerandomiseerd
- Primair eindpunt DAOH op 30 dagen: +4 dagen (p<0,001)
- Indexopname −5,5 dagen (p<0,001), behoud op 60 dagen
- Lasix ONYU: 80 mg subcutaan over 5 uur via patch-pomp
UF-CARE: ultrafiltratie bij type-2 cardiorenaal syndroom mist primair eindpunt in kleine Franse RCT
UF-CARE — Franse multicentrische open-label trial in 15 centra — testte ultrafiltratie (PD, HD of IUF naar keuze) bovenop optimale medische therapie bij type-2 cardiorenaal syndroom met refractaire congestie. Slechts 46 patiënten gerandomiseerd. Primair samengesteld eindpunt (mortaliteit of HF-opname op 12 mnd): 63% versus 87% (p=0,144) — een groot, klinisch relevant verschil, maar te klein om significantie te bereiken. Eén techniek-gerelateerd overlijden. Hypothese-generatie: een grotere trial is gerechtvaardigd.
- n=46 (van 108 gescreend), 15 Franse centra
- Primair eindpunt: 63% (UF) vs 87% (controle); p=0,144
- Mediaan 262 dagen follow-up; één techniek-gerelateerd overlijden
- Onderpowered — richting suggestief, definitieve trial nodig
POSEIDON: 4 op 10 patiënten met hartfalen wereldwijd heeft inflammatoir verhoogd hsCRP — basis voor anti-inflammatoire therapie
POSEIDON is een mondiale prospectieve cohort (n=18.904 in 18 landen, 11.809 met hartfalen en hsCRP-data). Verhoogd hsCRP (≥2 mg/L) komt voor bij 38% van de patiënten — opvallend identiek tussen HFpEF, HFmrEF en HFrEF. Onafhankelijke voorspellers: obesitas, CKD, slechtere NYHA-klasse, roken, autoimmuun/inflammatoir lijden. Defineert de doelpopulatie voor de ziltivekimab-trials ATHENA (n=673) en HERMES (n=4.900), eveneens vandaag aangekondigd. Klinisch belangrijk eenwoordsfeit: 'inflammatoir hartfalen' is geen niche, het is de helft van het werkveld.
- n=18.904 mondiaal (18 landen, 317 sites); 11.809 met hsCRP
- Verhoogd hsCRP ≥2 mg/L: 38,8% HFpEF, 38,1% HFmrEF, 38,2% HFrEF
- Voorspellers: obesitas, CKD, NYHA-klasse, roken, autoimmuun/inflammatoir
- Doelpopulatie voor ziltivekimab (ATHENA + HERMES, ook HF26 aangekondigd)
PORTHOS: NT-proBNP-afkapwaarden onbetrouwbaar bij obese patiënten — risico op gemiste hartfalendiagnose
PORTHOS — Portugese populatie-screening bij volwassenen ≥50 jaar — laat zien dat NT-proBNP systematisch lager is bij obesitas (–50 pg/mL per 5 kg/m² stijging). Obese deelnemers onder de afkapwaarde van 125 pg/mL hadden 3,6× meer kans op echocardiografische afwijkingen dan slanke deelnemers boven die afkapwaarde. Vaste cut-offs missen hartfalen bij obesitas. Praktijk-relevant voor huisartsen die NT-proBNP gebruiken als eerste screeningstap.
- n=2.498 ouderen ≥50 jaar, Portugese populatie
- BMI vs NT-proBNP: ~−50 pg/mL per 5 kg/m² BMI ↑
- Obese + NT-proBNP <125: OR 3,63 voor echo-afwijkingen (95% BI 1,27–10,4)
- Cut-offs aanpassen voor obesitas — implicatie voor CVRM-richtlijn
Hartfalen en infarct verdrievoudigen het risico op kanker — vooral hematologisch
Federated cohortanalyse op TriNetX (120.783 HF, 7.896 AMI, gematcht 1:1 met controles): zowel hartfalen als infarct verhogen het risico op een nieuwe kankerdiagnose substantieel. HF HR 2,80 (95% BI 2,69–2,91), AMI HR 2,02. Het excess-risico is veel hoger voor hematologische maligniteiten (HF HR 6,78) dan voor solide tumoren. HFpEF had iets hoger risico dan HFrEF/HFmrEF. Mechanismes onduidelijk — gedeelde inflammatie? Klonale hematopoëse? Hypothese-generatie voor screening bij chronisch hartfalen, prospectieve confirmatie nodig.
- n=120.783 HF + 7.896 AMI, propensity-matched op TriNetX
- Kankerrisico HF: HR 2,80 (95% BI 2,69–2,91); AMI: HR 2,02
- Hematologisch sterker dan solide (HF: HR 6,78 vs 2,53)
- Hypothese: gedeelde inflammatie en/of klonale hematopoëse
PARADISE: gelijktijdig acuut hartfalen plus luchtweginfectie verhoogt sterfte tijdens opname, niet daarna
PARADISE-subanalyse: 11.679 dyspnoe-patiënten op de SEH met AHF, luchtweginfectie of beide. Gecombineerde AHF+RI verhoogt in-hospital mortaliteit met 62% boven AHF-alleen (aOR 1,62; p<0,001), maar het langetermijn risico is identiek aan AHF zonder infectie (aHR 0,99). Praktisch: een infectieve trigger eist verhoogde alertheid op de SEH en intensievere monitoring, maar dicteert geen ander langetermijn-beleid — de lange-termijn prognose wordt bepaald door het hartfalen zelf.
- n=11.679, Franse PARADISE-cohort (2010–2019)
- In-hospital mortaliteit AHF+RI: 21,9%; AHF alleen: 12%
- AHF+RI vs AHF alleen: aOR 1,62 in hospital, aHR 0,99 post-ontslag
- RI alleen: geen excess mortaliteit
CADENCE: sotatercept verlaagt pulmonale vaatweerstand bij gecombineerde pre/postcapillaire PH bij HFpEF
CADENCE — multicentrische, gerandomiseerde, placebogecontroleerde fase 2-trial — is de eerste klinische trial die mechanistische winst aantoont in CpcPH-HFpEF, een hoog-mortaliteit fenotype zonder bewezen therapie. 164 patiënten (gemiddeld 75 jaar, 70% vrouw); sotatercept (een activine-signaal-remmer) verlaagde pulmonale vaatweerstand met 1,02 Wood-eenheden vs placebo (p=0,004) bij 0,3 mg/kg, gepaard met ~9 mmHg lagere pulmonale arteriedruk en 20 m winst op 6-minuten-loop. Belangrijke uitbreiding van het sotatercept (WINREVAIR)-platform van PAH naar HFpEF-PH. (Trial-presentatie ACC.26 maart; volledige publicatie nu, tijdens HF26.)
- n=164, fase 2, multicentrisch, drie-arm (placebo + 2 doses)
- PVR-shift −1,02 Wood-eenheden bij 0,3 mg/kg (p=0,004)
- mPAP −9 mmHg, wedge −3 mmHg, 6MWT +20 m bij lagere dosis
- Eerste 'proof of concept' in CpcPH-HFpEF; fase 3 in voorbereiding
HCMR (NHLBI): multidimensionele risicovoorspelling beter dan SCD-gefocuste richtlijnen bij hypertrofische cardiomyopathie
HCMR (NHLBI Hypertrophic Cardiomyopathy Registry) — 2.750 HCM-patiënten in 44 expertcentra, mediane follow-up >7 jaar, met contrast-CMR plus genetische en biomarker-data. Het geïntegreerde multidimensionele risicomodel presteert beter dan de huidige richtlijn-voorspelling die enkel op plotse hartdood gericht is. Onderkende patiënten met verhoogd risico op hartfalen-events en transplantatie die nu onder-herkend worden. Praktisch: een stap richting minder onnodige ICD's én minder vermijdbare sterfte door under-treatment — extra waardevol nu aficamten en mavacamten beschikbaar komen.
- n=2.750 HCM-patiënten, 44 sites NA + Europa, follow-up >7 jaar
- Multidimensioneel model (klinisch + CMR + genetica + biomarkers)
- Beter dan huidige SCD-gefocuste richtlijnvoorspelling
- Implicatie: gerichter ICD-beleid + HCM-cardiomyopathie-therapie
Massieve LVH bij pediatrische HCM: vroeger diagnose, vaker sarcomere variant, drievoudig verhoogde sterfte
Multiregistry-analyse uit SHaRe en IPHCC: 587 kinderen met pediatrisch HCM, waarvan 186 met massieve linkerventrikelhypertrofie (≥30 mm of z-score ≥+20). Massieve LVH werd vroeger gediagnosticeerd (mediaan 9,2 vs 13,6 jaar), bevatte vaker een sarcomere variant (72% vs 61%) en gaf 3,3× hogere HCM-gerelateerde sterfte (95% BI 1,2–9,7). Subgroep met fundamenteel andere genetisch-fenotypering en prognose; pleit voor vroegere interventie en intensievere surveillance bij pediatrische HCM-poliklinieken.
- n=587, 186 met massieve LVH; multiregistry SHaRe + IPHCC
- Diagnose jonger (mediaan 9,2 vs 13,6 jaar; p<0,001)
- 72% sarcomere variant vs 61% (p=0,034)
- HCM-gerelateerde sterfte HR 3,3 (95% BI 1,2–9,7; p=0,026)
AHA Scientific Statement: evaluatie en behandeling van het kind met acuut gedecompenseerd hartfalen
Nieuwe AHA Scientific Statement gepubliceerd in Circulation tijdens HF26 — eerste integrale richtlijnkader voor acuut gedecompenseerd hartfalen bij kinderen en adolescenten. Bestrijkt triage/risicostratificatie op SEH, diagnostische workup, initiële stabilisatie, inotropie- en diureticakeuze, drempels voor mechanische ondersteuning, transitie naar chronische behandeling, ontslagplanning en psychosociale follow-up. Knowledge gaps expliciet benoemd. Bruikbaar als referentie in Nederlandse kinderhartcentra (Erasmus MC, UMC Utrecht, AMC, LUMC, UMCG).
- Eerste integrale AHA-statement over peds ADHF
- Aanleiding: stijgende presentatie + hogere mortaliteit dan bij volwassenen
- Multidisciplinair: SEH + cardiologie + chirurgie + IC + psychologie
- Bestrijkt acute én post-acute fase, inclusief discharge planning
FINEARTS-HF subanalyse: virale luchtweginfecties triggeren hartfalen-verslechtering, finerenon-effect blijft behouden
Subanalyse van FINEARTS-HF (n=6.001) naar virale luchtweginfecties (RTI's) als HF-trigger. RTI's gingen gepaard met daaropvolgende hartfalenverslechtering en oversterfte. Finerenon modificeerde de RTI-incidentie niet, maar zijn voordeel op het primaire eindpunt bleef behouden met én zonder intercurrente RTI. Voor de Nederlandse praktijk: bevestigt vaccinatie-aandachtspunt bij HFmrEF/HFpEF en stelt gerust over de robuustheid van finerenon bij seizoensluchtwegziekten.
- n=6.001 in FINEARTS-HF (finerenon bij HFmrEF/HFpEF)
- Virale RTI's geassocieerd met latere WHF + oversterfte
- Finerenon: geen effect op RTI-incidentie
- Behoud van finerenon-winst met of zonder intercurrente RTI
EHJ-editorial Cleland: wereldwijde hartfalenprevalentie overschrijdt 600 miljoen — van gokken naar evidence
Cleland-editorial in EHJ (tijdens HF26): de wereldwijde hartfalenprevalentie overschrijdt vermoedelijk 600 miljoen patiënten als contemporaine definities (incl. stage A/B en HFpEF) worden toegepast — een orde van grootte boven de gangbare 60 miljoen. Pleit voor internationale consensus over case-definities, routine NT-proBNP + echo in eerstelijnsscreening van hoog-risico patiënten, en hartfalenprevalentie in nationale CV-registraties. Boodschap: hartfalen is een populatie-gezondheidscrisis, geen subspecialisme-probleem. Belangrijk frame voor beleidsgesprekken met VWS, zorgverzekeraars en NHG.
- Herziene schatting: >600 miljoen patiënten wereldwijd
- Historisch ~60 miljoen = enkel symptomatisch HF in registraties
- Populatie-echo: 8–12% van ouderen heeft HF per contemporaine criteria
- Implicatie: HF als populatie-gezondheidscrisis, niet subspecialisme
VERISEC: vericiguat in de praktijk halveert hartfalen-decompensaties bij HFrEF — Spaanse 1-jaars registry van 835 patiënten
VERISEC is het grootste real-world cohort tot nu toe van vericiguat na hartfalen-decompensatie: 835 Spaanse HFrEF-patiënten in 41 centra, 12 maanden vervolgd op een vierpijler-achtergrond (>90% SGLT2-remmer, >85% RAASi/MRA, 91% bètablokker). Hartfalen-decompensaties met IV-diuretica halveerden van 1,34 naar 0,65 per jaar; NT-proBNP daalde 35%, LVEF steeg 5 punten. Discontinuering 13,4%, vooral door symptomatische hypotensie. Bevestigt en versterkt VICTORIA in de echte wereld.
- n=835, prospectief, 41 Spaanse centra, 12 maanden follow-up
- NT-proBNP −35% (3.532 → 2.292 pg/mL; p<0,001)
- Hartfalen-decompensaties met IV-diuretica halveerden (1,34 → 0,65/jr)
- Discontinuering 13,4%, vooral door symptomatische hypotensie
UK Biobank: na ischemisch CVA of TIA is het risico op hartfalen groter dan dat op een infarct
Prospectieve analyse van 405.406 UK Biobank-deelnemers (mediaan 13,7 jaar follow-up) toont dat overlevenden van ischemisch CVA of TIA een aangepaste HR 1,4 hebben voor hartfalen-opname. Counter-intuitief: het cumulatieve risico op hartfalen-opname (12,6%) overtreft het risico op een nieuw infarct (5,4%) in deze groep. CMR-data: lagere LVEF, hogere LV-massa bij CVA-overlevenden met latere hartfalen. Incident hartfalen na CVA gaat gepaard met HR 1,8 mortaliteit — pleidooi voor systematische cardiale follow-up van CVA-overlevenden.
- n=405.406 UK Biobank, 13,7 jaar follow-up
- CVA/TIA → HF: aangepaste HR 1,4 (95% BI 1,3-1,5)
- HF-risico (12,6%) > MI-risico (5,4%) bij CVA-overlevenden
- Incident HF na CVA: HR 1,8 voor mortaliteit
Wereldwijde HF-registry: FEV1 is een onafhankelijke prognostische factor — pleidooi voor routine-spirometrie bij hartfalen
Sub-studie binnen de wereldwijde Congestive Heart Failure registry (n=3.359 in 28 landen, mediaan 3,8 jaar). FEV1 z-score ≤-2 was onafhankelijk geassocieerd met all-cause mortaliteit (HR 2,20), CV-mortaliteit (HR 2,45) en ziekenhuisopnames (HR 1,40) — effecten vergelijkbaar met andere zware prognostische factoren. Consistent over hoog/middel/laag inkomen, alle HF-etiologieën, alle HF-typen. Zelfs binnen het 'normale' bereik (z>-2) gaven lagere waarden meer hartfalenlast. Argument voor routine-spirometrie in de hartfalen-workup.
- n=3.359, 28 landen, mediaan 3,8 jaar follow-up
- FEV1 z ≤-2: all-cause mortaliteit HR 2,20 (95% BI 1,61-3,01)
- CV-mortaliteit HR 2,45; ziekenhuisopname HR 1,40
- Effect consistent over inkomensniveau, HF-etiologie en HF-type
AHA Scientific Statement 2026: secundaire preventie na coronaire bypassoperatie — eerste update sinds 2015
Eerste AHA-update sinds 2015 over secundaire preventie na coronaire bypassoperatie. Adresseert lipidenverlaging (inclusief PCSK9-remmers/inclisiran in deze populatie), antiplaatjes/antistolling, bloeddrukdoelen, diabetes en CKM-management, hartrevalidatie en post-discharge follow-up. Onderscheidt expliciet evidence-based aanbevelingen van consensus-driven praktijk. Waardevol referentiekader voor multidisciplinaire CABG-nazorgteams; vult de CABG-specifieke nuances aan die de Nederlandse CVRM-richtlijn nu nog generiek over CHD behandelt.
- Eerste AHA-update sinds 2015 over post-CABG secundaire preventie
- Behandelt lipiden, antiplaatjes/antistolling, bloeddruk, diabetes, hartrevalidatie
- Expliciet onderscheid tussen evidence-based en consensus-driven
- Referentie voor multidisciplinaire CABG-nazorg in NL en internationaal
Bloeddrukvariabiliteit (SPRINT + ACCORD IPD-meta): even prognostisch als gemiddelde bloeddruk in hoog-risico patiënten
Patient-level meta-analyse van SPRINT en ACCORD (n=18.415, mediaan 12 BP-metingen, 3,6 jaar follow-up, 1.244 MACEs). Hogere visit-to-visit SBP-variabiliteit (VIM, hoogste vs laagste tertiel) was geassocieerd met MACE — HR 1,15 (95% BI 1,00-1,32) — met een J-vormige relatie. Prognostische waarde vergelijkbaar met gemiddelde SBP, dus géén ondergeschikte metriek. Praktijk-implicatie: routinematig BPV rapporteren bij CVRM-risicoschatting verdient overweging, niet enkel het bloeddrukgemiddelde.
- n=18.415 IPD uit SPRINT + ACCORD, 3,6 jaar follow-up
- Hogere SBP-VIM (top vs bodem tertiel): MACE HR 1,15 (95% BI 1,00-1,32)
- J-vormige relatie tussen SBP-VIM en CV-uitkomsten
- Prognostische waarde vergelijkbaar met gemiddelde SBP